Tyto wetlands

Tyto-0316Woensdag 25 november / Donderdag 26 november 2009– Nadat we een paar redelijk ontspannen dagen doorgebracht hebben bij de Whitsunday eilanden besloten we verder naar het noorden te rijden om in de buurt van Ingham te overnachten. Dit betekende wel een dagje rijden, maar dat zijn we ondertussen wel gewend.

Wat wij altijd proberen te doen is even langs de plaatselijke VVV te gaan om, naast onze “bijbel” de Lonely Planet gids van Australië om wat informatie in te winnen over de lokale attracties en bezienswaardigheden voor het komende deel van de route. In dit geval zat het Visitor Centre in het gebouw waar ook informatie te verkrijgen was over de Tyto Wetlands die we wilden gaan bezoeken. Omdat het al aardig laat was en we dat toch de volgende ochtend wilden doen omdat je dan het meeste ziet en het nog niet zo warm is, hebben we eerst een camping opgezocht.

De Tyto wetlands zijn een gebied van 120 hectare en genoemd naar een bepaalde uil (Tyto Capensis) die hier broedt. Een wetland is als volgt te omschrijven (met dank aan Wikipedia):

Draslanden (Engels: wetlands) zijn gebieden op de grens tussen landelijke en waterrijke gebieden, gebieden die zeer verschillend doch zeer afhankelijk zijn van beide. Deze wetlands hebben een zeer grote biodiversiteit en dienen als opslagplaats voor overtollig water. Bij overstroming nemen zij het teveel aan water op en bij droogte geven zij dat water af en bewaren zo het natuurlijk evenwicht. Een wetland hoeft niet per se een moeras te zijn, een moeras is meestal extreem drassige grond terwijl een wetland een afwisseling van droog en nat kan zijn. In Nederland is de Waddenzee een voorbeeld van een drasland. Vroeger bestond Nederland veelal uit veen.

Door de vele soorten biotopen vlak bij elkaar is er een breed scala aan leven, wat natuurlijk weer veel vogels en andere roofdieren aantrekt.

Door de Tyto Wetlands zijn wandelpaden aangelegd die je langs allerlei verschillende gebieden leiden. Overigens blijven alle paden op gepaste afstand van de wateroever, want ook hier is het “croc-country” en dien je je niet bij of in het water te begeven. Omdat het hier, zoals eerder al gezegd vroeg licht is, moet je om 5 uur opstaan om het meeste te kunnen zien. Dat lukt ons dus niet, maar we zijn meestal om een uur of 8 al weer op weg en zo ook nu.

Meteen toen we het gebied binnen liepen zagen we al een paar Wallabies, een kleine kangoeroesoort, die er meteen vandoor gingen en zich niet meer hebben laten zien, jammer genoeg. Verder hebben we paar hele mooie vogeltjes gezien: Een Zonastrilde (Neochmia phaeton). Tyto-0313Ook kwam er weer een roofvogel overvliegen, waarvan we dachten dat het een visarend was, maar volgens een man die we spraken was het dat waarschijnlijk niet. Ze hebben een paar jaar terug wel een boom speciaal neergezet met een nestmogelijkheid om ze te lokken, maar dat is tot nu toe niet gelukt.

Wat ik overigens wel apart vond, is het feit dat de kosten voor een deel gedragen worden door de boeren in de omgeving. Dit zijn voornamelijk suikerrietboeren en het voordeel dat zij er van hebben is gelegen in het feit dat de wetlands roofvogels aantrekken. Roofvogels eten onder andere knaagdieren en van die knaagdieren willen de boeren maar al te graag af, want knaagdieren eten ook van het suikerriet. Ze plaatsen zelfs speciale nestkasten voor de roofvogels!

Kortom het was een goed begin van de dag met een mooie wandeling van zo’n 4 kilometer door een mooi natuurgebied. Daarna was het door naar onze volgende bestemming: Mission Beach waar we 2 nachten door zouden brengen.