Coober Pedy

RoadTrain-1040Maandag 14 december en dinsdag 15 december 2009 – Zoals we al schreven zijn we maandag doorgereden naar Coober Pedy met de bedoeling daar wat boodschappen in te slaan. Dat hebben we dan ook wel gedaan, maar alleen het hoognodige. We hadden ons al wat ingelezen en wisten dan ook dat Coober een mijnstadje was. Er zijn daar in de buurt behoorlijk wat opalen gevonden en er worden er nog steeds gevonden. We hadden dan ook een redelijk welvarend en modern stadje verwacht. Helaas was dit niet het geval. Er is 1 hoofdstraat met wel een aantal winkels en restaurants, maar daarbuiten is het, vond ik dan, een troosteloze boel. Ik moet wel toegeven dat we het plaatsje alleen boven de grond bekeken hebben, er zijn ook een groot aantal huizen en winkels die ondergronds zijn, dit omdat het zomers daar nogal heet kan worden. De naam Coober Pedy stamt overigens uit het lokale Aboriginal dialect en betekent zo veel als: “Het gat van de blanken in de grond”. Ongeveer de helft van de bevolking, voornamelijk mijnwerkers, leeft dan ook in ondergrondse huizen. Ook onze bijbel, de Lonely Planet gids, vermeld al dat Coober Pedy als alles behalve attractief omschreven kan worden. Eerder als het eind van de wereld, en daar kan ik wel in meegaan. Overigens zijn er wel wat films in de omgeving opgenomen, zoals Mad Max 3 en Pitch Black.

Na de hoognodige boodschappen te hebben gedaan en een camping geregeld te hebben zijn we nog even naar de “Old Timers Mine” gelopen. Hier kun je een mijn zien die in 1916 gegraven is. Deze kwam in 1968 bloot te liggen toen de bewoner van een ondergronds huis uit wilde breiden. Bij het uithakken van een kamer brak hij door de wand heen en herontdekte de oude mijn. Tezamen met de mijngangen, het ondergrondse huis en een museum wat er gemaakt is, was het een interessant bezoek. Maar veel meer is er niet te beleven. We besloten dan ook de volgende dag maar door te rijden.

Tussen Coober Pedy en Port Augusta is met een gewone camper niets te beleven. Vandaag dus ruim 500 kilometer gereden. Was het vanuit Cairns naar Alice Springs al saai te noemen, dan is dit stuk dodelijk saai…. Een grote saaie vlakte, zonder bomen, eindeloze wegen, kaarsrecht en een bijna saai te noemen strakblauwe lucht met een temperatuur die weer ergens rond de 40 graden lag. De enige “hoogtepunten” waren een paar roadtrains die we tegen kwamen en een korte stop bij Lake Hart, een zoutmeer. Heel verrassend, want ik had nergens hier iets over gelezen en ook de Lonely Planet rept niet over de zoutmeren die we onderweg gezien hebben. Niet dat die zo spectaculair zijn, maar toch. Je zou in de “bijbel” toch alle antwoorden verwachten, niet dan?

Na vandaag zitten we ook weer in bewoond gebied, GSM dekking is dan hopelijk geen probleem meer. Omdat er ook veel meer te zien en te doen is gaat het tempo weer een stuk omlaag en blijven we waarschijnlijk wat langer op een plaats. Morgen blijven we in Port Augusta, er zijn hier Botanische tuinen die we willen bekijken en als het goed is een grotere supermarkt zodat we weer wat eten in kunnen slaan. De koelkast begint te echoën! Overmorgen richting de Flinders Range, een berggebied iets ten noorden van Port Augusta.