Colac

coolac-2153Vrijdag 8 januari 2010 en zaterdag 9 januari 2010 – Alhoewel we eigenlijk van plan waren maar een nacht door te brengen op de camping in Colac hebben we nog 2 nachten bijgeboekt. Dit omdat we even een paar daagjes rustig aan wilden doen en de camping heel goed beviel. Het is een rustige camping net buiten de stad en ons plekje heeft uitzicht op weilanden (geiten, schapen en koeien). Ook is alles heel netjes verzorgd en we hebben het ook wel eens anders gezien. Twee dagen dus vrij weinig gedaan; we hebben wel boodschappen gedaan en ook weer eens lekker gewinkeld. Omdat de camping echter geen internet heeft, hebben we bij het informatiecentrum gevraagd of we ergens het net op konden en dan wel met onze eigen laptop. Eigenlijk was er alleen de bibliotheek, maar daar kun je alleen gebruik maken van hun computers en wij laten liever geen wachtwoorden achter op een vreemde computer. Maar een oplossing werd gezocht en gevonden; de plaatselijke computerzaak werd gebeld en ja hoor daar mochten we wel even een uurtje gebruik maken van het net. Maar ja een paar verhaaltjes op de site zetten, de mail checken en wat mail versturen en een uurtje is zo voorbij. De rest van de dag hebben we dan ook gewoon lekker op de camping doorgebracht een beetje gelezen en in het zonnetje gezeten. Wel hebben we zaterdag nog de Red Rock Volcanic Reserve Drive gereden. Dit was een rit van ongeveer zo’n 70 kilometer die langs meren ging, die ontstaan zijn door vulkaanuitbarstingen. Het eerste uitzichtpunt had uitzicht op een meer moeten geven, maar helaas geen meer te zien. Aan de gehele route lagen zo’n negental meren en we hebben maar in 2 meren (in de verte) water gezien. De buren op de camping vertelden ons dat dit het derde jaar op rij is dat er in Australië een droogte is en dat is ook de reden dat veel meren opgedroogd zijn. In veel plaatsen is het ook verboden om de tuin te sproeien en de auto te wassen wegens het watergebrek. De eerste keer dat wij water verwacht hadden – en dat was bij de Bool Lagoon – vonden we het nog wel grappig om te zien, maar de verhalen nu gehoord te hebben is het toch vrij ernstig. Bij het uitzichtpunt was zelfs een hele picknickplaats en speelplaats voor de kinderen aangelegd. Er waren ook openbare toiletten en dat betekent toch dat, toen er nog water was, het een druk bezochte plaats moet zijn geweest. Nu lag het er allemaal maar verlaten en verwaarloosd bij. Er stonden ook bordjes met daarop afbeeldingen en namen van dieren die in en op het meer voorkwamen waaronder een watersalamander die bedreigd werd met uitsterven maar in dat meer nog wel voorkwam. De enige herinnering aan het feit dat er een meer was geweest, was het bord dat er stond met daarop de naam “Lake Cundare”. Ook hebben we nog een wandeling gemaakt door de botanische tuin in Colac. Niet zo indrukwekkend als de botanische tuin in Adelaïde, maar ook heel mooi om te zien. Bij de ingang van de tuin stond zelfs speciaal aangeplakt dat ze voor het besproeien van de tuin ontheffing hadden verkregen. De tuin ligt (althans lag) aan de rand van het Colac meer. Dit is een groot zoutmeer waar het water drie keer zo zout is als in de zee. Er zat gelukkig nog wel water in dit meer, maar de kustlijn was ook een heel stuk teruggetrokken. Er lag een pier en deze liep vast ooit tot in het water, maar liep nu gewoon boven land.

Daarna hebben we alvast de route voor de komende dagen uitgezet. Morgen gaan we weer verder met de Great Ocean Road tot aan Lorne. Daar hebben we nog een plaatsje op een camping kunnen vinden. Helaas zit het hier ook allemaal zo goed als vol en dat is ook aan de hoge prijzen te merken, we blijven hier dus maar 1 nachtje en gaan dan verder richting Geelong.