Foster

foster-2611Donderdag, 21 januari 2010 – Op weg naar Foster zijn we op een drietal plaatsen gestopt. Dit op aanraden van een medewerkster van het informatiecentrum. Op weg naar de eerste plaats, Port Albert, werden we aangehouden door de politie. Er was een alcoholcontrole (om 10.00 uur ’s morgens). Deze keer reed ik (Cora) en ik kwam dan ook met vlag en wimpel door de blaastest. Het dorpje Port Albert staat bekend om zijn fish en chips. Dit (typisch Engels) gerecht wordt hier in Australië ook heel graag gegeten. Omdat het nog vroeg was, hebben wij ze niet gegeten. Overigens is het de gewoonte om er azijn over te sprenkelen, hetgeen ons niet echt smakelijk lijkt. Daarna zijn we nog gestopt bij een historisch kerkhofje. Dit lag aan een rivier en er lagen nog graven van rond 1870. Sommige grafstenen waren nog leesbaar en zo konden we zien dat er iemand gestorven was omdat hij door de bliksem getroffen was in zijn boot. Een andere persoon was “per ongeluk” verdronken toen hij zich in de rivier aan het wassen was. Op het kerkhof waren ook een aantal mannen bezig met het onderhoud (gras maaien etc). Toen wij voorbij kwamen lopen, werd de grasmachine meteen stilgezet en werden we aangesproken. Waar we vandaan kwamen, hoe lang we al in Australië waren en hoe lang we nog bleven, waar we naartoe gingen en vooral wat we niet mochten missen op onze reis. De betreffende persoon raadde ons het Tarra-Bulga National Park aan; hij deed daar ook het onderhoud van de wandelpaden. Ook gaf hij aan dat het Wilson Promontory National Park zeer de moeite waard was. Allebei de parken stonden al op onze lijst en hij was dan ook zeer “tevreden”. Afijn na een tijdje kletsen besloot hij toch weer maar om aan het werk te gaan en konden wij ook weer verder.

Wij zijn doorgereden naar de Agnes Falls. Dit was een kleine omweg met mooi uitzicht over de streek. De watervallen zelf waren vanwege het feit dat het nu midzomer is, qua stroming een stuk minder dan in de winter. Er stond nl. een informatiebord met daarop een foto van de watervallen in de zomer en in de winter. Het verschil was echt enorm.

Onze laatste stop was het dorpje Port Franklin. Hier zou een boardwalk zijn die in de haven begon. Echter in de haven (nou ja haventje) aangekomen bleek de boardwalk afgesloten te zijn. Verder was het een heel klein dorpje en was er vrij weinig (zeg maar niets) te doen. We hebben dus maar een boterhammetje gesmeerd en lekker op een bankje bij het water opgegeten.

Daarna zijn we doorgereden naar Foster waar we een plaatsje op de camping hebben gereserveerd voor 2 nachten. We zijn nog even het dorp ingelopen om wat te windowshoppen. Morgen gaan we het Wilson Promontory National Park bekijken en weer wandelen.