Pinguins

Donderdag, 4 februari en vrijdag 5 februari 2010 – De afgelopen twee dagen zijn niet geheel verlopen zoals we gepland hadden. We hadden nl. twee nachten in Bicheno geboekt omdat daar een tweetal nationale parken in de buurt liggen. Zo is er het Freycinet National Park op zo’n 35 kilometer en het Douglas Apsley Nationaal Park op zo’n 10 kilometer van Bicheno. Donderdagochtend was het een beetje miezerig en zijn we naar het Douglas Apsley Nationaal Park gereden. Hoe dichter we bij het park kwamen hoe harder het ging regenen. De weg ernaartoe is de laatste 6 kilometer ook nog eens onverhard dus in de regen nog moeilijker te berijden. Omdat we nu toch al dat stuk gereden hadden, besloten we toch gewoon te gaan wandelen. Dus regenjassen aan en wandelen maar. Voor de wandeling die wij uitgezocht hadden, duurde 2 tot 3 uur en ging langs dezelfde weg terug, dus we hadden zoiets van we kunnen altijd omkeren als het nog slechter wordt. Maar wat bleek, de wandeling was afgesloten vanwege brandgevaar! We konden dus na 10 minuten lopen gewoon niet verder. Ondertussen waren we (onze broeken dan) wel zeiknat geworden. Wij dus maar terug en ons omgekleed in de camper. Weer een voordeel van je hele huis bij je hebben. Daarna zijn we teruggereden naar Bicheno en wat bleek daar stond het dus helemaal niet te regenen. Waarschijnlijk is de regenbui blijven hangen boven het park vanwege de bergen. Om maar niet het risico te lopen dat er in het Freycinet National Park ook wandelpaden afgesloten waren wegens brandgevaar – er zijn de laatste tijd een aantal fikse branden in Tasmanië geweest – hebben we besloten om de dag verder in Bicheno door te brengen. We zijn eerst naar de Blowhole geweest. Het was opkomend tij dus er waren grote geisers te zien. Daarna hebben we een wandeling langs de kust gemaakt met een stop bij een (heel) klein aquarium waar ze o.a. zeepaardjes hadden. Dat zijn echt prachtige beestjes en als je ziet zwemmen lijkt het net of ze zweven.

’s Avonds begon het stevig te regenen en ook de hele nacht heeft het flink doorgeregend. Donderdag zijn we vertrokken richting St. Helens waar de zogenaamde Bay of Fires is. Dit is een kuststrook en heet zo omdat toen de Engelsen voor het eerst daar aankwamen ze verschillende vuren zagen, wat later de kampvuren van de Aboriginals bleken te zijn. Echter omdat het de gehele ochtend al stond te regenen zijn we eerst langs het informatiecentrum in St. Helens gegaan voor de weersverwachting. Het bleek dat het de gehele dag nog zou blijven regenen en omdat het door de regen ontzettend mistig was langs de kust, had het geen zin om naar de Bay of Fires te gaan. We zijn dus maar doorgereden naar Low Head, waar we eigenlijk pas een dag later naartoe zouden gaan. Onderweg zijn we nog wel gestopt bij de St. Columba Falls en omdat het dus zoveel geregend had, was de waterval heel mooi. Op het informatiebord stond dat de waterval een van de hoogste in Australië is (90 meter) en dat er gemiddeld (zomer en winter) zo’n 42.000 liter water per minuut naar beneden komt. In de winter als het veel geregend heeft, gebeurt het zelfs dat er 200.000 liter water per minuut naar beneden komt! Op de foto zie je al wel dat het een grote waterval is, maar als je er bij staat en dan met dat geluid dan is het pas echt imposant.

Na een korte pauze voor een bakje koffie bij een kaasboerderij met Friese koeien(!) zijn we doorgereden naar Low Head. Hier hebben we ’s avonds een pinguinexcursie gedaan. In Zuid-Australië en Tasmanië komen de zogenaamde Fairy of Little Penguins voor. Dit zijn hele leuke kleine pinguins van zo’n 30 tot 40 cm hoog en met een gewicht van slechts 1 kilo. Op dit moment was het broedseizoen. De pinguinsouders zijn overdag druk met eten en zijn dan ook van zonsopkomst tot zonsondergang in zee te vinden. De kleintjes zitten in zogenaamde “burrows”. Dit zijn holen die gemaakt zijn in een bepaald soort struikgewas wat aan de kust voorkomt. Om van de zee naar de burrows te komen, moeten de kleine pinguins over het strand. Echter zijn ze dan het meest kwetsbaar. Er wordt dan ook gewacht tot het donker is voordat ze uit zee komen. Ze staan dan aan de waterrand en wachten tot er een hele groep gevormd is. Als er dan eentje zoveel moed verzameld heeft om het strand over te wandelen, volgt de rest ook. Echt een heel leuk gezicht om al die kleine beestjes over het strand te zien wandelen. Op http://www.penguintours.lowhead.com/index.html kun je het een en ander over de pinguins lezen. Om de pinguins niet te laten schrikken – ze gaan dan terug de zee in en de jongen worden niet meer gevoerd – was het niet toegestaan om bij het fotograferen te flitsen. De gids had wel een speciale lamp bij en scheen af en toe op de pinguins, maar ook telkens maar kort. Het is wel gelukt om een redelijke foto te maken, maar vanwege het nachtlicht komen de kleuren niet tot zijn recht. De pinguins zijn wit met blauw. Om ervoor te zorgen dat niemand de pinguins aanraakt, had de gids een opgezet exemplaar bij om iedereen toch de kans te geven een pinguin aan te raken.