Allemaal beestjes…

Zaterdag 20 februari 2010 – Rond Rotorua is volop te zien en te doen en we blijven dan nog 1 nachtje hier. Vanochtend zijn we naar het Kiwi Wildlife Park gereden. Bij dat park zit namelijk ook een kiwi broedplaats en fokkerij. In dit geval de vogel die kiwi heet, niet de vrucht. De kiwi is een bedreigde diersoort en de populatie is in de laatste 10 jaar met 50% afgenomen. De verwachting is dat er in 2015 geen meer in het wild voorkomen. Overigens zijn er 6 verschillende soorten kiwi’s, maar op het noordereiland komt maar 1 soort voor. De kiwi komt overigens alleen in Nieuw Zeeland in het wild voor en is tevens het nationale symbool; Nieuwzeelanders worden ook niet voor niets “Kiwi’s” genoemd! Het Kiwi Wildlife Park is gespecialiseerd in het uitbroeden van kiwi-eieren. Deze krijgen ze vanuit 15 verschillende plaatsen in Australië. De eieren komen van vogels die in het wild leven. Ze worden geraapt omdat slechts 5% in het wild overleeft en men op deze manier de overlevingskans wil vergroten. De grootste bedreiging wordt gevormd door uitheemse diersoorten die vroeger door de Europeanen zijn meegenomen zoals de hermelijn, fret en wezel. Maar ook honden en katten die in het wild zijn losgelaten vormen een bedreiging. Na het uitbroeden gaan de jongen, als ze op gewicht zijn, weer terug naar de plaats waar ze vandaan komen. De kiwi is, zoals veel andere Australische en Nieuw Zeelandse vogels, een vogel die niet kan vliegen. Hoogstwaarschijnlijk is deze ontwikkeling ontstaan doordat er geen natuurlijke vijanden zijn geweest en het niet noodzakelijk was om te vluchten, door te kunnen vliegen. Verder heeft de kiwi een aantal specifieke eigenschappen die normaal gesproken alleen bij zoogdieren voorkomen en niet bij vogels. Zo hebben ze neusgaten aan het eind van hun snavel, grote gehooropeningen en merg in hun botten. Hun veren lijken zelfs op haren. Kortom een heel apart beestje. Jammer genoeg mochten we niet fotograferen waar ze de kuikens voeren, ze waren er net met eentje bezig, maar het zijn vreemde wezentjes. Het zijn nachtdieren en in een gedeelte waar de rondleiding doorheen ging, is het zo ingericht dat het overdag voor hen nacht lijkt, maar daar mochten we uiteraard geen flits gebruiken zodat foto’s maken niet echt ging. Het zijn erg actieve diertjes en het was leuk om te zien hoe ze rondliepen door hun ren.

Deze “Kiwi encounter” moet je apart boeken en duurde zo’n 45 minuten. Hierna zijn we nog naar het park zelf geweest. In het park bevinden zich een aantal natuurlijke bronnen waarvan het regenboogbassin de grootste is. Vanuit deze bron komt per etmaal 2,5 miljoen liter water omhoog. In het bassin zwemmen 300 tot 400 wilde regenboogforellen, die kunnen komen en gaan wanneer ze willen. Langs het pad stonden borden met tekst en uitleg over de divers planten en dieren. Zo staat er ook een Kauri, een Nieuw-Zeelandse boomsoort die 4000 jaar oud kan worden en waarvan de onderste tak zich op 30 meter hoogte kan bevinden. Ook zaten er in het park diverse Kea’s, een alpiene papegaaiensoort die alleen in Nieuw Zeeland voorkomt. Deze vogels zijn zeer intelligent en zijn in staat eenvoudige puzzels op te lossen.

Onze volgende stop was “Wingspan”. Dit is de enige organisatie in Nieuw Zeeland die zich bezig houdt met roofvogels en in het bijzonder de Nieuw Zeelandse valk. Van deze roofvogelsoort, 1 van de 3 soorten die Nieuw Zeeland rijk is, komen naar schatting nog maar 400 paar in het wild voor. Het centrum houdt zich dan ook bezig met het fokken en weer in het wild uitzetten van deze valken, maar ook van de Harrier Hawk en de Morepoke, een uilensoort. Door middel van een kleine tentoonstelling wordt er een en ander verteld over onder andere de valkerij en de diverse roofvogels die in Nieuw Zeeland voorkomen en voorkwamen. Er was onder andere een pootafdruk van een Haast Eagle die 500 jaar geleden uitgestorven is. Deze roofvogel had een vleugelwijdte van ruim 3 meter en woog zo’n 15 kg. Zijn prooi bestond uit Moa’s, ook uitgestorven, een loopvogel ter grootte van een emoe. In de ruimte ernaast waren een 6-tal grote volières waar de vogels zaten. Er waren in totaal 4 jonge uilen en 1 jonge valk, die allemaal over een aantal weken uitgezet zullen worden. Ook hadden ze een kerkuil die, letterlijk, overgewaaid was vanuit Tasmanië, maar daarbij zijn vleugels zodanig beschadigd heeft dat hij nooit meer kan vliegen.

Aan het eind van de middag was er nog een “vliegshow” met een van de valken, Ozzy, waarbij we uitleg kregen over hoe ze de dieren trainen voor ze uitgezet worden, want ze moeten natuurlijk wel conditie hebben en kunnen jagen.

Morgen gaan we Rotorua weer verlaten, verder naar het zuiden.