Sneeuw!

Woensdag 12, donderdag 13 mei 2010 en vrijdag 14 mei – Toen we woensdagochtend buiten keken, schrokken we toch wel even. Er lag nl. zo’n 10 centimeter sneeuw!! Volgens de eigenaar van het hotel komt het wel eens sporadisch voor dat er half mei nog sneeuw valt, maar zoveel dat had ook hij nog nooit meegemaakt. Gelukkig was de snelweg goed te rijden; de sneeuwploeg was al druk aan het werk. Op weg naar Custer stonden twee stops gepland. Als eerste het bekende Mount Rushmore. Mount Rushmore National Memorial is een nationaal monument, gelegen in de Black Hills nabij Keystone, South Dakota. Het herdenkt de geboorte, groei en ontwikkeling van de Verenigde Staten van Amerika. Tussen 1927 en 31 oktober 1941 hebben zo’n 400 arbeiders onder leiding van Gutzon Borglum de 18 meter hoge busten van de presidenten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln uitgehakt. Het symboliseert de eerste 150 jaar van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Echter vanwege het slechte weer hing er heel veel mist rond de berg en de beelden waren dan ook niet echt goed te zien. Gelukkig was het entreebewijs heel het jaar geldig, zodat we vandaag nog even teruggegaan zijn. We hebben ook nog een film gezien van hoe de beelden tot stand zijn gekomen en dat was wel heel indrukwekkend. De beelden zelf zijn al 18 meter hoog, maar ze zijn ook nog eens helemaal boven in een berg uitgehakt en dat maakt het helemaal indrukwekkend.

Daarna zijn we doorgereden naar het Crazy Horse Memorial. Dit monument is men nog aan het bouwen. Als het klaar is zal het Crazy Horse – een 19e eeuwse Lakotaleider – uitbeelden, rijdend op een galopperend paard. Het beeld zal 195 meter lang worden en 172 meter hoog. Op 3 juni 1948 is Korczak Ziolkowski begonnen met het uithakken van het monument. Hij deed dit op verzoek van Lakota Chief Henry Standing Bear. De indianen wilden dit monument om te laten zien dat ook zij, net als de blanken, grote helden gekend hadden. Korczak Ziolkowski is in 1982 overleden en zijn werk wordt door zijn vrouw en kinderen voortgezet. De reden dat het bouwen van het monument zo lang duurt is vanwege het feit dat er geen subsidies aangenomen worden en alles gefinancierd wordt door giften/inkomsten die ontvangen worden van de mensen die het monument bezoeken. Bij het monument is ook een heel centrum gebouwd, met allerlei informatie over het bouwwerk en over de indianen. Als je aan komt rijden dan zie je al van verre het monument in de bergen en als het af is dan wordt het echt een heel indrukwekkend herkenningspunt.

Omdat het nog vroeg was toen we aankwamen in Custer hebben we nog een bezoek gebracht aan het Museum of Woodcarving. Dit was een museum opgezet ter nagedachtenis van Dr. Harley Niblack, een chiropractor die op 42-jarige leeftijd als houtsnijwerker is begonnen. Hij was erg geïnteresseerd in beweging en heeft veel mechanische houten poppen gemaakt. Hij heeft zelfs voor Disney gewerkt. Het museum toonde dan ook heel veel bewegende poppen, maar er waren ook “gewone” houtsnijwerkbeelden te zien. Er werd ook een videofilm getoond waarin werd uitgebeeld hoe zo’n houtsnijwerk tot stand komt en na dat gezien te hebben, besef je pas echt hoeveel tijd er in gaat zitten.

Vandaag was het weer gelukkig stukken beter. Echt warm is het nog niet; zo’n graad of 10, maar de zon scheen volop en dat maakt toch wel veel goed. We hebben een rit gemaakt door het Custer State Park. Dit park staat vooral bekend om zijn bisons en deze hebben we ook van dichtbij kunnen zien. Door het park is namelijk een route uitgezet met de toepasselijke naam: the Wildlife Loop. Onderweg hebben we heel veel dieren gezien waaronder dus de bisons. Dit zijn echt hele grote dieren; zo’n 2 meter hoog en ze wegen zo’n 1000 kilo. In het park komen ongeveer 1500 bisons voor. Om de kudde gezond te houden worden de bisons een keer per jaar opgedreven en worden ze gevaccineerd en onderzocht op eventuele ziektes. De kudde mag niet te groot worden vanwege overbegrazing en daarom worden er dan ook bisons geselecteerd en verkocht. Helaas is het ook normaal dat er jachtvergunningen uitgegeven worden voor de bisons. Op deze manier houdt men de kudde in evenwicht en ontvangt het park geld (zo’n $ 5.000,– per bison) wat weer gebruikt wordt voor onderhoud etc.

Ook hebben we veel herten, waaronder het witstaarthert en de gaffelbok, wilde ezels, prairehondjes en heel veel vogels gezien. Ook het landschap was prachtig om te zien. De sneeuw was zo goed als verdwenen. Morgen gaan we verder richting Yellowstone.

Woensdag 12 en donderdag 13 mei 2010 – Vanochtend toen we buiten keken, schrokken we toch wel even. Er lag nl. zo’n 10 centimeter sneeuw!! Volgens de eigenaar van het hotel komt het wel eens sporadisch voor dat er half mei nog sneeuw valt, maar zoveel dat had ook hij nog nooit meegemaakt. Gelukkig was de snelweg goed te rijden; de sneeuwploeg was al druk aan het werk. Op weg naar Custer stonden twee stops gepland. Als eerste het bekende Mount Rushmore. Mount Rushmore National Memorial is een nationaal monument, gelegen in de Black Hills nabij Keystone, South Dakota. Het herdenkt de geboorte, groei en ontwikkeling van de Verenigde Staten van Amerika. Tussen 1927 en 31 oktober 1941 hebben zo’n 400 arbeiders onder leiding van Gutzon Borglum de 18 meter hoge busten van de presidenten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln uitgehakt. Het symboliseert de eerste 150 jaar van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Echter vanwege het slechte weer hing er heel veel mist rond de berg en de beelden waren dan ook niet echt goed te zien. Gelukkig was het entreebewijs heel het jaar geldig, zodat we de dag erop (toen het lekker zonnig was) nog even teruggegaan zijn. We hebben ook nog een film gezien van hoe de beelden tot stand zijn gekomen en dat was wel heel indrukwekkend. De beelden zelf zijn al 18 meter hoog, maar ze zijn ook nog eens helemaal boven in een berg uitgehakt en dat maakt het helemaal indrukwekkend.

Daarna zijn we doorgereden naar het Crazy Horse Memorial. Dit monument is men nog aan het bouwen. Als het klaar is zal het Crazy Horse – een 19e eeuwse Lakotaleider – uitbeelden, rijdend op een galopperend paard. Het beeld zal 195 meter lang worden en 172 meter hoog. Op 3 juni 1948 is Korczak Ziolkowski begonnen met het uithakken van het monument. Hij deed dit op verzoek van Lakota Chief Henry Standing Bear. De indianen wilden dit monument om te laten zien dat ook zij, net als de blanken, grote helden gekend hadden. Korczak Ziolkowski is in 1982 overleden en zijn werk wordt door zijn vrouw en kinderen voortgezet. De reden dat het bouwen van het monument zo lang duurt is vanwege het feit dat er geen subsidies aangenomen worden en alles gefinancierd wordt door giften/inkomsten die ontvangen worden van de mensen die het monument bezoeken. Bij het monument is ook een heel centrum gebouwd, met allerlei informatie over het bouwwerk en over de indianen. Als je aan komt rijden dan zie je al van verre het monument in de bergen en als het af is dan wordt het echt een heel indrukwekkend herkenningspunt.

Omdat het nog vroeg was toen we aankwamen in Custer hebben we nog een bezoek gebracht aan het Museum of Woodcarving. Dit was een museum opgezet ter nagedachtenis van Dr. Harley Niblack, een chiropractor die op 42-jarige leeftijd als houtsnijwerker is begonnen. Hij was erg geïnteresseerd in beweging en heeft veel mechanische houten poppen gemaakt. Hij heeft zelfs voor Disney gewerkt. Het museum toonde dan ook heel veel bewegende poppen, maar er waren ook “gewone” houtsnijwerkbeelden te zien. Er werd ook een videofilm getoond waarin werd uitgebeeld hoe zo’n houtsnijwerk tot stand komt en na dat gezien te hebben, besef je pas echt hoeveel tijd er in gaat zitten.

Op donderdag was het weer gelukkig stukken beter. Echt warm is het nog niet; zo’n graad of 10, maar de zon scheen volop en dat maakt toch wel veel goed. Vandaag hebben we een rit gemaakt door het Custer State Park. Dit park staat vooral bekend om zijn bisons en deze hebben we ook van dichtbij kunnen zien. Door het park is namelijk een route uitgezet met de toepasselijke naam: the Wildlife Loop. Onderweg hebben we heel veel dieren gezien waaronder dus de bisons. Dit zijn echt hele grote dieren; zo’n 2 meter hoog en ze wegen zo’n 1000 kilo. In het park komen ongeveer 1500 bisons voor. Om de kudde gezond te houden worden de bisons een keer per jaar opgedreven en worden ze gevaccineerd en onderzocht op eventuele ziektes. De kudde mag niet te groot worden vanwege overbegrazing en daarom worden er dan ook bisons geselecteerd en verkocht. Helaas is het ook normaal dat er jachtvergunningen uitgegeven worden voor de bisons. Op deze manier houdt men de kudde in evenwicht en ontvangt het park geld (zo’n $ 5.000,– per bison) wat weer gebruikt wordt voor onderhoud etc.

Ook hebben we veel herten, waaronder het witstaarthert en de gaffelbok, wilde ezels, prairehondjes en heel veel vogels gezien. Ook het landschap was prachtig om te zien. De sneeuw was zo goed als verdwenen. Morgen gaan we verder richting Yellowstone.