Yellowstone – West

Woensdag 19 mei 2010 – Na gisteren de noordkant van Yellowstone bezocht te hebben, gaan we vandaag meer het centrum en het westen bekijken. Zoals ik al aangaf is er in dit gedeelte vooral veel te zien voor wat betreft geyser, modderpoelen en andersoortige geothermische verschijnselen.

Veel van de verschijnselen die we tegengekomen zijn, zijn gelijk aan hetgeen we in Rotorura, Nieuw Zeeland ook al gezien hebben. Yellowstone heeft er echter veel meer, en vinden wij dan, mooiere, hoe vreemd dat misschien ook mag klinken. In Yellowstone komen zo’n 10.000 bronnen voor en 200 tot 250 geysers barsten er per jaar uit. Overigens heeft Ijsland meer geothermische activiteit dan Yellowstone.

Waardoor gaat een geiser eigenlijk spuiten?

De activiteit van een geiser, net als van alle warme bronnen, is gebaseerd op oppervlaktewater dat langzaam in de grond sijpelt en dan opgewarmd wordt door hete rotsen die weer worden verwarmd door onderliggend magma. Het aldus opgewarmde water stijgt op door convectie door poreuze en gebroken rotsgrond. Geisers verschillen van gewone warme bronnen door hun ondergrondse structuur: meestal bestaan ze uit een kleine buis aan de oppervlakte verbonden met een of meer nauwe buizen die leiden naar grote ondergrondse opslagreservoirs.

Terwijl de geiser zich vult met water koelt het bovenop liggende water af. Door de nauwte van het kanaal is convectiestroming echter onmogelijk. Het koudere water bovenop drukt op het hetere water onderop, ongeveer zoals een deksel op een hogedrukketel. Hierdoor raakt het water superverhit – dat wil zeggen het blijft vloeibaar bij temperaturen ver boven het kookpunt van water.

Uiteindelijk wordt de temperatuur onderin de geiser zo hoog dat het water, ondanks de druk, toch begint te koken. Bellen stoom stijgen op en zorgen ervoor dat bovenaan kleine hoeveelheden water uit de pijp worden geduwd. Hierdoor vermindert het gewicht van de waterkolom en daarmee ook de druk die deze uitoefent op het water daaronder. Dit is het begin van een kettingreactie die er voor zorgt dat het grootste deel van het superverhitte water met steeds toenemende kracht uit de geiser spuit.

Uiteindelijk loopt de druk terug en koelt het water weer af tot onder het kookpunt. Langzaam begint het grondwater weer binnen te dringen en de cyclus begint opnieuw.

Door het ingewikkelde samenspel van factoren is een geiser een zeldzaamheid. Er zijn vele plaatsen op aarde met hete bronnen, kokende modder en fumarolen (plaatsen waar gassen aan de oppervlakte komen) maar slechts weinig met geisers. Dit komt doordat op de meeste plaatsen de bodemstructuur zodanig is dat de waterkanalen snel eroderen en de geiser weer verdwijnt.

De meeste geisers ontstaan op plaatsen waar vulkanisch gesteente snel oplost in heet water en er speciale mineralen afgezet worden aan de binnenkant van de waterkanalen. Na verloop van tijd ontstaan hierdoor stevige kanalen die lang kunnen blijven bestaan.

Geisers zijn dus fragiele fenomenen en als de omstandigheden veranderen gaan ze “dood”. Veel geisers zijn vernield doordat mensen er afval in gooiden of doordat men er geothermische krachtcentrales van maakte.

De (naamgevende) grote Geysir van IJsland kwam vanaf omstreeks het jaar 2000 niet meer regelmatig tot uitbarsting. Slechts door zeep in het water te mengen -waardoor de oppervlaktespanning van het water veranderde- kon een eruptie worden geforceerd. Na een aardbeving in IJsland in 2000 begon de geiser weer regelmatig te spuiten. Eerst ongeveer acht keer per dag maar tegenwoordig is dit teruggelopen tot drie keer per dag en de activiteit neemt nog steeds af.

Naast de geisers waren er ook een hoop heetwaterbronnen te zien, waaruit constant water naar boven komt en wegstroomt. Afhankelijk van de mineralen in het water hebben de wanden van deze bronnen verschillende kleuren door de afgezette kristallen van die mineralen. Dit varieerde van helder blauw tot okergeel.

Overigens zijn we nog even teruggeweest naar het meertje waar de wapiti gisteren in stond. Er stond nog maar 1 man, die ook even terugkwam om te kijken en hij wist ons te vertellen dat het dier het niet gehaald had. De wolven hebben haar uiteindelijk toch te pakken gekregen. Jammer, maar ja dat is de natuur.