Mono Lake

Dinsdag 15 juni 2010 – Vandaag gaan we een bezoekje brengen aan het Mono Basin, ook wel Mono Lake genoemd. Het ligt tussen de Sierra Nevada en de White Mountains, ten oosten van Yosemite National Park. Mono Lake staat bekend om de grillig gevormde zoutpilaren nabij de zuidwestelijke oever. Alhoewel er door het hoge zoutgehalte geen vis leeft in het meer is het toch een belangrijke pleisterplaats voor duizenden trekvogels. In het water komen namelijk wel grote hoeveelheden pekelkreeftjes en “alkali flies” voor, waardoor er voor de vogels ruim voedsel voorhanden is.

Het hoge zoutgehalte van het meer komt doordat het meer geen uitstroom heeft. Al het water dat er in stroomt gaat alleen door verdamping verloren. Omdat het meer zo’n 760.000 jaar oud is, zijn er in al die jaren dan ook veel mineralen in terecht gekomen. Het zoutgehalte is bijna 10% en je kunt er dan op je gemakje in drijven zonder al te veel moeite te hoeven doen. Ter vergelijking: de Dode zee heeft een zoutgehalte van ca. 33%.

Een ander bijzonder verschijnsel is de vorming van zogenaamde “tufa’s”. Tufa’s worden gevormd doordat zoet water met daarin calcium opborrelt in het meer. Het calcium reageert met het carbonaat in het water van het meer en vormt hiermee calcium carbonaat, een soort zandsteen, wat neerslaat op de bodem, rond het gat waar het water uit omhoogborrelt. Doordat dit constant doorgaat, vormt er zich een holle pilaar die steeds hoger wordt. Tot uiteindelijk de tufa boven water uitsteekt. Het waterpeil is in de loop de jaren ook gedaald en sommige van de tufa’s steken dan ook enige meters boven water uit. Dit proces gaat overigens nog steeds door, er worden nog steeds tufa’s gevormd.

Op een van de tufa’s zagen we ook een paartje Ospreys, visarenden, zitten. Deze broeden hier wel, omdat de in het water staande tufa’s een goede bescherming geven tegen roofdieren. Om hun maaltje vis bij elkaar te scharrelen, vliegen de vogels naar het nabijgelegen “June Lake” waar volop vis voor ze zit.