Sequoia en Kings Canyon NP

Zaterdag 12 juni 2010 – Met ons bezoek aan Death Valley hebben we zo’n beetje alle mogelijke weerstypes gehad de laatste weken, van sneeuw in Wyoming via regen in Utah naar hitte in Californië, waar we nu zijn. Na het bezoek aan het doodse Death Valley, gaan we vandaag naar het Sequoia en Kings Canyon National park. Dit zijn de parken die bekend staan om de Sequoia’s, ’s werelds grootste bomen.

De mammoetboom of reuzensequoia (Sequoiadendron giganteum) is een boom uit de cipressenfamilie (Cupressaceae). Het is de zwaarste boom in de wereld. De soort komt van nature voor in Californië waar ze groeit op de westelijke hellingen van de Sierra Nevada. Voor de ijstijden kwam de boom algemeen voor op het noordelijk halfrond. In bijvoorbeeld Europa is de boom bekend als fossiel in bruinkoollagen.

De grootste mammoetboom is de General Sherman Tree. Deze is te vinden in het Sequoia National Park in Californië. Daar bedraagt de hoogte 83 m en de omtrek bij de bodem 31 m en de omtrek op borsthoogte 26 m. Als sierboom worden mammoetbomen aangeplant in Europa, maar daar zijn ze voorlopig aanmerkelijk kleiner: de dikste mammoetboom in België is een boom in het Waalse Esneux, die reeds een stamomtrek van 8,9 m heeft (op 1,5 m hoogte).

In Nederland zijn de dikste exemplaren te vinden in Brummen in Gelderland, met een stamomtrek van 7,9 en 7,8 m (op 1,3 m hoogte). Om zo groot te worden als in Amerika zijn duizenden jaren nodig. De planten zijn in Europa pas in de tweede helft van de 19e eeuw voor het eerst ingevoerd. De oudste reuzensequoia wordt na jaarringenonderzoek op 3200 jaar geschat.

De kroon is smal en kegelvormig. De uiteinden van de takken buigen naar voren. De boomschors is roodachtig bruin, dik, zacht en vezelig. Later wordt de schors donkerder en gegroefd. De richels steken soms ver uit. De schors is zo zacht dat men ertegen kan stompen zonder de vuist te verwonden. De boom heeft blauwgroene of donkergroene schubbladeren van 4-7 mm lang. De kegels zijn bruin en eivormig, 5-8 cm lang en hangen aan lange steeltjes aan de hoofdtwijgen. Zowel Sequoia sempervirens als Sequoiadendron giganteum hebben een opvallende rode schors (in het Engels heten deze soorten ‘redwood’). De schors is heel zacht en kan gemakkelijk ingeduwd worden.

De mammoetboom heeft een zeer dikke bast en een hoge kruin, zodat bij een bosbrand het vuur de belangrijkste delen van de boom niet kan aantasten. Voor de voortplanting is het zelfs noodzakelijk dat de zaden deels verbrand worden. Het snel blussen en voorkomen van bosbranden in het verspreidingsgebied schijnt er toe geleid te hebben dat er vrijwel geen nieuwe Sequoia’s meer opgroeien. Bovendien zijn de zeer sterke bosbranden die af en toe toch oplaaien wel in staat om de oude bomen dodelijk te beschadigen.

De mammoetboom levert zacht en duurzaam hout. Het is echter te zacht om als constructiemateriaal gebruikt te worden. Reuzenbomen die worden geveld versplinteren niet zelden in ernstige mate als ze omvallen, waardoor een groot deel van het hout onbruikbaar wordt.

Als naast zo’n boom staat, voel je je toch wel erg klein…

Overigens werden we onderweg nog aangenaam verrast: we kwamen tot twee keer toe een beer tegen.