Donderdag, 7 januari 2010 – Vanmorgen zijn we op weg gegaan naar de Great Ocean Road. Deze weg loopt van Warrnambool tot Torquay en heet de B100. De weg loopt gedeeltelijk langs de oceaan en ook voor een deel door het bos. Hij wordt ook wel de grote geasfalteerde zeeslang genoemd. Vandaag hebben we het stuk van Warrnambool tot Lavers Hill gedaan. De bedoeling was eigenlijk om door te rijden tot Apollo Bay, maar we konden hier helaas geen camping vinden. Door de drukte vanwege de vakanties van de Australiërs zitten alle campings langs de route zo goed als vol en na zo’n 5-tal campings gebeld te hebben (meer telefoonnummers hadden we niet) die geen plaats meer hadden, hebben we een camping verder landinwaarts in Colac gevonden. Hier blijven we in ieder geval 2 nachten zodat we op ons gemak de route voor de komende dagen uit kunnen stippelen en al kunnen informeren voor een plaatsje op de campings.
Maar afijn het eerste stuk van de Great Ocean Road hebben we gezien en het was echt heel erg mooi. We zijn op verschillende plaatsen gestopt en mooie uitzichten gezien. Er zijn langs de weg verschillende parkeerplaatsen waar een bezienswaardigheid/uitzichtpunt is. Onze eerste stop was bij de “Bay of Islands”. De kust is op verschillende plaatsen afgebrokkeld door de erosie en er zijn stukken rots (los in het water) blijven staan. Door de erosie hebben deze stukken bepaalde vormen en daar danken zij dan ook hun naam aan. De Bay of Islands bestaat uit een aantal stukken rots die vorm van een eiland hebben. Een andere stopplaats was de Grotto. Dit was wel heel mooi. Je kon namelijk door de grot heen naar de oceaan kijken. Zie de foto.
Daarna kwam de London Bridge. In het begin waren hier 2 bogen waar het water onderdoor stroomde, vandaar de vergelijking met de brug in Londen. Echter door de erosie heeft een van de bogen het in 1990 begeven en er is nu nog maar 1 boog over. Deze staat los in zee.
Vervolgens kwam de “Arch”. Dit is ook een stuk rots wat in zee staat in de vorm van een (ja je raadt het al) een boog. Door de constante inwerking van wind en water is er in juni 2009 al een stuk van de boog afgebrokkeld en de verwachting is dan ook dat de boog op een gegeven moment in zal storten en in zee zal verdwijnen.
De volgende stop was de “Lorch Ard Gorge”. Dit is geen rots, maar een baai. De Lorch Ard was een schip uit Engeland dat in 1878 is gezonken voor de kust van Australië. Van de 54 opvarenden hebben er slechts twee de ramp overleefd. Zij zijn door de golven in een kleine baai (de gorge) aan land gespoeld. Niet alle overledenen zijn gevonden, maar degenen die gevonden zijn, lagen daar op een klein kerkhofje begraven.
Onze laatste stop voor de dag was wel de toeristische trekpleister van de Great Ocean Road en wel de Twelve Apostles. Dit is zelfs een heel nationaal park. Er was een grote parkeerplaats links van de weg en via een tunnel ging je onder de autoweg door naar de diverse uitzichtpunten. Hoe de naam de 12 apostelen precies is ontstaan, stond daar niet vermeld, maar waarschijnlijk zijn ze zo genoemd puur en alleen vanwege het feit dat het er 12 waren. Van de 12 apostelen zijn er echter nog maar 6 over. De andere zijn ook door erosie ingestort of is nog maar zo’n klein deel over dat ze constant onder water staan. Echter doordat de erosie natuurlijk blijft inwerken op de kust, worden er weer nieuwe rotsen gevormd. Er stond dan ook aangegeven dat er nieuwe apostelen “in de maak waren”. Ik kan me ook voorstellen dat ze zo’n toeristische trekpleister niet willen verliezen. Het was wel indrukwekkend om te zien alleen al vanwege de vele mensen die er waren. Het is waarschijnlijk, samen met Uluru en Sydney Opera House, een van de meest gefotografeerde plaatsen in Australië.
Woensdag, 6 januari 2010 – Vanmorgen zijn we eerst naar Point Danger gereden. Dit is ten zuiden van Portland aan de kust. Er nestelen hier een kolonie Jan van Genten. Waarom het Point Danger heet, konden we nergens vinden. Het was wel een rotspunt die in zee stak met een los eiland ervoor dus misschien dat het voor de scheepvaart een gevaarlijk punt was. De vogels waren in ieder geval niet gevaarlijk
Nadat de eerste Europeanen zich hier gevestigd hadden is het meeste van de oorspronkelijke begroeiing verdwenen, voornamelijk voor het kunnen houden van schapen. Eind 50-er jaren is men begonnen met het herstellen van het gebied in zijn oorspronkelijke staat. Tot op heden zijn er ongeveer 300.000 bomen geplant en de volgende stap is kleinere planten en struiken zoals varens en grassen terug te planten.
Dinsdag, 5 januari 2010 – Vandaag hebben we de omgeving van Portland verkend. Als eerste zijn we naar Cape Bridgewater gereden. Aan de kust hier zit namelijk een kolonie zeerobben. Het aparte aan deze kolonie is deze zeerobben hier niet broeden. Wat de precieze reden hiervoor is, is niet echt duidelijk. Er zijn verschillende theorieën waarom deze kolonie hier is, onder andere dat deze plek dient als veilige plaats voor hele jonge en hele oude zeerobben. Vanaf de parkeerplaats was het een wandeling van een uur om bij het uitkijkpunt te komen. Hier was een platform gebouwd vanwaar je zicht had op de kolonie. Het was een vrij pittige wandeling om helemaal boven bij het platform te komen, maar gelukkig waren we al wat vroeger weggegaan en was de temperatuur nog aangenaam om te wandelen. Een deel van de robben lag lekker op de rots te luieren en er waren er ook een aantal die in het water aan het spelen waren. Na een tijdje gekeken te hebben, zijn we weer aan de terugweg begonnen.
latief zacht limestone. Tijdens dat proces lossen er mineralen op in het water. Dit water, met de mineralen, wordt naar buiten gedrukt en vormt, samen met het zand een cementen pijp. Door de wind (erosie) komen de pijpen bloot te liggen en lijken zo op versteende bomen.
Maandag, 4 januari 2010. Op weg naar Portland zijn we eerst gestopt in Mount Gambier. Dit is de laatste plaats in South Australia die we bezocht hebben voor we de “grens” met Victoria overgegaan zijn. Mount Gambier is de op 1 na (Adelaïde) grootste plaats van South Australia en staat vooral bekend om het zogenaamde “Blue Lake”. Dit is, zoals de naam al zegt, een blauw meer dat in de krater van een slapende vulkaan ligt. Het meer is echt heel erg blauw (zie foto). Deze blauwe kleur heeft het meer alleen in de zomermaanden. Gedurende een jaar verandert het meer van kleur, van groen-grijs naar blauw. Dit komt door de weerkaatsing van het licht op kleine deeltjes die in het water zitten. In de zomer is er meer licht en wordt er dus ook meer licht teruggekaatst vandaar de blauwe kleur. Het water wordt gebruikt als drinkwater voor de bevolking van Mount Gambier en omliggende plaatsen. Het meer bevat zo’n 36 miljoen liter water en is gemiddeld zo’n 70 meter diep.
Zaterdag 2 januari 2010 en zondag 3 januari 2010– Vandaag zijn we doorgereden naar Naracoorte waar we twee nachten zullen blijven. Na een plaatsje op de camping geregeld te hebben, zijn we het dorp in gegaan om wat informatie te gaan halen bij het plaatselijke visitor centre. Het centre bleek in een gebouw te zitten waar ook een tentoonstelling was over het scheren van schapen zoals dat in het verleden gebeurde en vandaag de dag. Er stond een originele schuur waar vroeger de schapen in geschoren werden en er was een uitgebreide uitleg over het leven van de schaapscheerders. Heel bijzonder was de “automatische schaapscheerder”. Dit was een geheel geautomatiseerde machine om schapen te scheren. De machine is nooit in productie genomen – vanwege het feit dat de vraag naar wol instortte -, maar er was wel een videofilmpje dat liet zien hoe de machine werkte. Heel interessant om te zien.
Donderdag 31 december 2009 – Coorong National Park – Een van de dingen die je kunt doen in het park is vogels kijken. Er zijn meer dan 200 verschillende soorten geteld, waaronder twee zeldzame. Het gebied is een belangrijk overwinteringsgebied voor voornamelijk allerlei soorten watervogels die helemaal uit onder andere Siberië hier naartoe komen. Ook herbergt het de grootse pelikanenkolonie van Australië. We besloten daarom vandaag naar “Pelican Point” te gaan, wat volgens de kaart een goed punt zou zijn om vogels te spotten. Bij “Pelican Point” liggen ook twee barrages (een soort dam). Deze zijn daar aangelegd om het zoute water van de zee gescheiden te houden van het zoete water in Lake Alexandria en Lake Albert om het zoete water te kunnen gebruiken voor het laten drinken van het vee en voor irrigatie van het land. Maar omdat de Coorong verder geen open verbinding met de zee heeft was ook daar de waterstand erg laag. En de watervogels hebben dan waarschijnlijk een andere plaats gevonden om, in ieder geval vandaag, te verblijven. Hoewel het jammer was dat we niet al te veel vogels zagen was de rit, over 13 kilometer gravel, toch wel de moeite waard. Naar het uitkijkpunt was het een doodlopende weg en na terug gereden te zijn, hebben we nog een rondje langs de rest van het meer gemaakt, ook weer deels over een gravelweg. Zo kwamen we langs verschillende, grote, weilanden waar kuddes grote zwarte runderen liepen, waarschijnlijk allemaal bedoeld voor de vleesindustrie. Ondanks dat de weides hier niet de groene kleur hebben die we in Nederland gewend zijn, zagen ze er niet echt ondervoed uit. Integendeel zelfs.
Hierna zijn we verder gereden, naar Salt Creek, waar we twee wandelingen gedaan hebben: de “Ngurgie Ngoppun Walk”, wat zoveel betekent als: “good walk” en de “Lakes Nature Trail Walk”, beide ongeveer 2,5 kilometer lang. Alletwee heel mooie wandelingen en zeer verschillend. De “Ngurgie Walk” voert langs het water. De begroeiing is dan ook behoorlijk groen. We zagen dan ook best wat vogels, waaronder een koppel zwarte zwanen met een jong. De andere wandeling, ging door een bosgebied en liep langs twee zoutmeren. Langs beide wandelingen stonden overigens bordjes met uitleg over hetgeen er te zien was en hoe het zout bijvoorbeeld neerslaat. Ook was er wat historische uitleg over de zoutwinning die er plaatsgevonden heeft. Wat heel bijzonder was, was het feit dat 1 van de zoutmeren grotendeels roze gekleurd was. Dit komt doordat er zich in het meer algen ontwikkelen die deze kleur hebben en daardoor het water als het ware kleuren. Als ik mij niet vergis gebeurt dit ook in een meer in Tanzania, waarvan de naam me nu even niet te binnen schiet, en hebben daardoor de flamingo’s die daar leven, en zich voeden met die algen, hun roze kleur.
Woensdag, 30 december 2009. Op weg naar Meningie zijn we gestopt in Tailem Bend. Hier is een oud dorpje nagebouwd, Old Tailem Town genaamd, waar zo’n 100 gebouwen uit 1890-1910 staan. Er was heel veel te zien, zoals een oude kerk met bijbehorend kerkhof, oude woningen, een hoefsmid, school, slager etc. etc. Ook stonden er veel oude voertuigen, zoals treinen, brandweerwagens en auto’s. Alle oude gebouwen kwamen van andere plaatsen in Australië en waren daar afgebroken en hier weer opgebouwd. De interieurs waren meestal geschenken van anderen, zoals bijvoorbeeld de inhoud van de slagerij geschonken was door een slager die gestopt was met zijn zaak. Wat wel jammer was, was dat het dorpje al zo’n 25 – 30 jaar geleden gebouwd was en het lag er nu allemaal een beetje verwaarloosd bij. Ook hadden we verwacht dat er mensen in het dorpje zouden zijn die gekleed waren in klederdracht van die tijd, maar het dorpje was op de toeristen na helemaal leeg. Al met al hebben we toch nog zo’n 1½ uur rondgekeken. Daarna zijn we doorgereden naar Meningie. Zoals gezegd hadden we een plaatsje op de camping aan Lake Albert gereserveerd. Toen we bijna bij Meningie waren, zagen we het meer al liggen. Wat ons meteen al opviel was dat er niemand te zien was in of op het water. Ook de stranden waren helemaal leeg. Bij de camping aangekomen vroegen we dan ook of er in het meer niet gezwommen kon worden. Blijkt dus dat het meer zijn water krijgt van de Murray rivier en omdat de laatste twee jaar heel erg droog geweest zijn het meer dus zo goed als leeg is. De waterstand is zo’n 30 – 60 centimeter en de bodem is heel erg modderig. Je kunt dus wel het water in, maar zwemmen gaat niet lukken. Dit was wel even een tegenvaller, want we zijn hier drie nachten en we hadden gehoopt te kunnen zwemmen. De temperaturen zijn namelijk nog al aan de hoge kant; op dit moment is het ruim 35 graden. Het plaatselijke zwembad blijkt ook nog gesloten te zijn dus dus van zwemmen komt niet veel. Wel is hier in de buurt het Coroong Nationaal Park. Morgen willen we daar gaan wandelen. Hopelijk is het dan wat minder warm dan vandaag want 35 graden is eigenlijk te warm om te wandelen.
Maandag, 28 december 2009. Omdat de Australiërs nu ook vakantie hebben, is het op de campings een stuk drukker dan wij tot nu toe gewend zijn. Om zeker te zijn van een plaatsje moeten we dan ook van tevoren reserveren. Dit betekent dat we onze route ook een paar dagen vooruit moeten plannen. Dat dit even wennen is, merken we al gelijk. Omdat we namelijk voor Oud en Nieuw in ieder geval al een camping vastgelegd willen hebben, hebben we gekozen voor een plaatsje aan Lake Albert, Meningie genaamd. We zullen daar in ieder geval de 30ste, 31ste en 1ste blijven. De 2de willen we dan verder richting het zuiden gaan.
Zondag 27 december 2009 – Na een paar relatief rustige dagen in Adelaïde te hebben doorgebracht, zijn we verder gegaan. De volgende stop was Mannun, een klein plaatsje aan de Murray rivier. We hebben het eigenlijk alleen maar uitgekozen omdat het op de weg lag, veel bijzonders is hier niet te beleven.
Woensdag 23 december 2009 t/m zondag 26 december 2009 – De afgelopen dagen hebben we doorgebracht in Adelaïde. En het zijn een paar dagen geweest waarin we niet al te veel hebben gedaan, ook vanwege de Kerstdagen.
Daarna hebben we ook nog het “Migration Museum” bezocht. Dit museum gaat over de ontdekking van Australië en het bevolken er van door de Europeanen. Er werd zelfs behoorlijk duidelijk gemaakt dat de Aboriginals niet al te netjes zijn behandeld toentertijd en dat is zacht uitgedrukt. Het museum geeft een goed beeld over de geschiedenis van Australië tot heden. Ook dit museum was gratis te bezoeken en de moeite waard om langs te gaan. Het is dichtbij het andere museum, dus als je hier toch bent, loop een stukje door en je bent er.
Dinsdag, 22 december 2009. Gisteren hebben we bij het informatiecentrum in Burra een zogenaamd hertigepaspoort gekocht. In dit paspoort staan een veertigtal oude sites/gebouwen met uitleg. Er is een route uitgezet van zo´n 11 kilometer langs deze sites. Je krijgt ook een sleutel mee omdat sommige sites alleen toegankelijk zijn voor degenen die een paspoort hebben gekocht (je kunt de route ook zonder paspoort rijden). Omdat we toch heel de dag de tijd hadden, besloten we de route te voet te doen. Een van de eerste sites waar we de sleutel nodig hadden was de Historic Barra Mine Site. Van 1845 tot 1877 was dit de grootste kopermijn in Australië. Veel van de oorspronkelijke gebouwen is er niet over, maar sommige zijn herbouwd en er is ook een museum. Voor ons is een gebouw van zo´n 150 jaar niet zo heel indrukwekkend, maar als je nagaat dat Australië in 1788 is ontdekt, is het voor Australische maatstaven wel oud en bijzonder. De route ging verder langs een oude gevangenis die ook dienst heeft gedaan als kostschool, oude kerken, kleine huisjes die gebouwd waren door de eigenaar van de mijn voor de mijnwerkers, een oude bierbrouwerij en een oud treinstation (foto). Na zo´n 6 uur gewandeld te hebben, bereikten we het einde van de route en waren we weer in het centrum van Burra. Voor de rest hebben we niets gedaan die dag en gewoon gerelaxt. Morgen gaan we naar Adelaïde, waar we gezien de komende kerstdagen, een plaatsje gereserveerd hebben op een camping voor 3 nachten.
de hoofdstraat (meestal de enige straat) allemaal veranda’s hebben net zo breed als de stoep, zodat je constant in de schaduw loopt. Dit doet heel knus aan. De gebouwen zelf dateren ook nog allemaal uit die tijd en het doet allemaal nogal oud en primitief aan. De meeste winkeltjes verkopen ook een combinatie van artikelen. Zo is er een fietsenzaak waar je (gewone) kleding kunt kopen, kunt internetten en dat tevens een informatiecentrum is. Na een wandeling door Melrose zijn we richting Peterborough gereden. Het informatiecentrum is gevestigd in een oud treinstel uit 1917. Een gedeelte is nog in oude staat en je kon in een slaapcabine uit die tijd kijken. In de omgeving van Peterborough is de zogenaamde Magnetic Hill. Als je met je auto onderaan deze “heuvel” staat en je zet hem in zijn vrij en het contact uit, dan rolt hij heuvelop! Dat moesten we toch wel even gaan zien en inderdaad. Heel stom, maar de auto rolde echt heuvelop. Dat het niet kan is logisch en het is volgens ons ook gezichtsbedrog, maar het is toch een hele vreemde gewaarwording als je in de auto zit. Hierna zijn we doorgereden naar Jameston en hebben daar geluncht. Daarna weer verder gereden en onderweg zagen we nog een enorme “gum tree” (Eucalyptus) met een omvang van 10,6 meter en meer dan 500 jaar oud. Rond 15.00 uur kwamen we aan in Burra. Eerst hebben we het informatiecentrum bezocht en daarna zijn we naar de camping gereden. Ook hier zitten weer honderden (en dat is echt niet overdreven) kaketoes. Heel mooi om te zien, maar ze kunnen wel enorm veel kabaal maken. Gelukkig zijn ze zodra het donker is rustig.
ekkend was het niet vonden wij. Maar al met al toch wel een wandeling van een uurtje gemaakt en onderweg nog 2 kangoeroes gezien die lekker in de schaduw op het pad lagen, dus het was niet voor niets. Daarna zijn we doorgereden naar Hawker. Op de heenweg waren we al gestopt bij café Sightseer’s voor koffie en daar zijn we nu weer koffie gaan drinken. De eigenaar is Johnny, geboren in Rotterdam! Hij is in 1960 samen met zijn ouders en nog 9 andere kinderen naar Australië gekomen. Helaas is hij de enige die nu overgebleven is en hij oefent zijn Nederlands door met Nederlandse toeristen te praten. Voor iemand die al zo lang in Australië is, sprak hij toch nog goed Nederlands, al was het wel met een Australisch accent. Na een bakkie koffie en een lekker stuk cake zijn we weer doorgereden. Onderweg zijn we nog gestopt bij de Kanyaka Homestead Historic Site. Dit zijn de ruïnes van wat eens een zogenaamde “homestead” (een soort nederzetting) uit 1850 was. In de beginjaren leefden er zo’n 70 families, die in totaal zo’n 50.000 schapen hadden. Door de grote droogte van 1864 tot 1867 stierven er veel schapen en verlieten veel mensen de homestead. In 1888 vertrok ook de laatste bewoner.
Hierna zijn we doorgereden naar Wilmington naar de (enige) camping daar. Na wat gegeten te hebben, zijn we het Mount Remarkable National Park ingereden om de zogenaamde Alligator Gorge wandeling te maken. Dit is een wandeling van zo’n 2 uur die door een (droge) rivierbedding loopt. Op sommige plaatsen waren de wanden heel hoog en was de doorgang slechts 2 meter breed, hetgeen de wandeling wel erg leuk en avontuurlijk maakte. Morgen willen we doorrijden naar Burra. Kerst zullen we waarschijnlijk in Adelaïde doorbrengen.