Een eigen stekkie!

Voor degenen die het nog niet wisten: wij hebben een huurhuis gevonden! Sinds afgelopen vrijdag wonen we in Oudenbosch aan het West Vaardeke. Via de woningstichting Bernardus in Oudenbosch heb je de mogelijkheid om in te schrijven op woningen die “direct te huur” zijn. Hiervoor hoef je niet ingeschreven te staan. Wij werden gelukkig uitgeloot. Het is zelfs een nieuwbouwwoning met een leuk klein tuintje in een erg rustige buurt. Vrijdagmiddag hebben we dan ook onze kinders naar huis gehaald (met dank aan hun fantastische pleegouders!) en nu is ons gezinnetje weer compleet!!!

Geplaatst in USA

USA – de samenvatting

Roosendaal juli 2010 – Op dit moment zijn we alweer een paar weken terug in Nederland. Gelukkig is het goed weer, zodat we niet meteen in de, letterlijke, kou terugkomen.

Het heeft ons langer geduurd dan we verwacht hadden om aan het tijdsverschil te wennen. Vanuit Los Angeles naar London was het “maar” 10,5 uur vliegen, maar het tijdsverschil van 9 uur hakte er stevig in. Het heeft ons in ieder geval tot ruim na het weekend gekost om weer in het juiste ritme te komen. Toch wel een vreemde gewaarwording om midden in de nacht rechtop en klaarwakker in bed te zitten. En om ’s middags bijna in slaap te vallen..;-)

Maar zoals gebruikelijk, ook na deze “etappe” de stand van zaken.

We hebben met de Dodge Charger ( een hele fijne auto, vind ik (Frans)) een afstand afgelegd van 13.555 kilometer. Je kunt dus wel stellen dat we hem aardig ingereden hebben. Met een gemiddeld verbruik van 1 op 11 hebben we hiervoor 1252 liter benzine gebruikt. Gelukkig kost de benzine in de Verenigde Staten slechts zo’n € 0,70 per liter, anders had het een aardige kostenpost geweest. Overigens lijkt een verbruik van 1 op 11 behoorlijk hoog, maar als je bedenkt dat het om een 3,5 ltr motor gaat met 250 Pk onder de kap valt het, vind ik dan, nogal mee. Naar mijn mening komt dit grotendeels door het feit dat het een automaat is, laag toerental, toch veel vermogen.

Een van de dingen waar we niet in onze voorbereidingen mee genomen hadden was het stijgen van de koersen. Door de “escapades” van onder andere Griekenland ging de koers van de Euro nogal omlaag. Op een gegeven moment waren we zo’n 10% meer aan kosten dan op het moment dat we op reis gingen. Ach, het had ook andersom kunnen zijn. Zolang je in Europa blijft, merk je er weinig van, maar we merkten in de Verenigde Staten duidelijk dat het toch wel leeft. Althans daar.

Een van de andere news items die daar dagelijks voorbijkomen is de olieramp in de Golf van Mexico. Hier in Nederland zie je er bijna niets van, maar in de VS leeft dat enorm. En terecht. Jammer genoeg zijn de meeste doemscenario’s die we daar voorbij zagen komen ook werkelijk aangekomen.

Zoals we al aangegeven hadden, hebben we besloten na de VS een punt achter onze reis te zetten. Onze insteek is altijd geweest te reizen zolang we het allemaal nog leuk vonden en konden behappen. Dat had uit kunnen lopen naar 1,2 of misschien wel 3 jaar, maar ook op een kortere periode dan 1 jaar. So be it. Spijt hebben we in ieder geval niet gehad van onze beslissing om te gaan reizen.

Alle foto’s die we genomen hebben zijn ondertussen bijgewerkt en in de fotogallerij bijgeplaatst. Ga nog eens kijken naar de foto’s van Californië, dat zijn zo’n beetje de laatste die ik, in de Verenigde Staten dan, gemaakt heb.

Geplaatst in USA

Gezocht!

Woonruimte gezocht!

Ondanks het feit dat we ons op diverse plaatsen ingeschreven hebben, lukt het niet echt om betaalbare woonruimte te vinden. Momenteel wonen we in bij de moeder van Cora, maar we zouden toch graag ons eigen stekkie hebben!

Bij deze willen we onze trouwe lezers vragen of zij wellicht weten of er ergens een huis te huur staat. We denken zelf aan een periode van ongeveer 6 maanden. In de tijd moet het mogelijk zijn om een vaste baan te vinden en voor onszelf te bepalen wat we willen: huren of kopen en waar…

We geven de voorkeur aan een gestoffeerd huis, zodat we onze eigen meubels weer kunnen gebruiken.

Misschien dat iemand iets weet. Je zou kunnen denken aan iemand die reeds een ander huis heeft gekocht, maar door de terugval op de woningmarkt het eerste huis nog niet kwijt is. Een huis leeg laten staan is nooit erg bevorderlijk voor de kwaliteit en bewoning voorkomt kraken!

Ook zijn we nog op zoek naar een vaste baan..Cora heeft ondertussen wel werk gevonden via een uitzendbureau, maar ja, dat is ook maar tijdelijk. Ik, Frans, wil het liefst aan het werk in de fotografie, maar indien iemand nog op zoek is naar een veelzijdige productieplanner ben ik altijd bereid mijn CV door te sturen en een gesprek aan te gaan.

Geplaatst in USA

Los Angeles

Dinsdag, 29 juni 2010 – Op weg naar Carmel hebben we een stop gemaakt in Monterey, waar we het aquarium bezocht hebben. Tijdens de groepsreis in 2003 hadden we dit aquarium ook bezocht. Omdat het een heel mooi aquarium is, hebben we besloten nogmaals te gaan. Helaas was het ontzettend druk en was er sinds 2003 niets veranderd, maar dat neemt niet weg dat het toch heel mooi blijft. Vooral de “tentoonstelling” van de zeepaardjes en de kwallen is heel mooi. Na onze overnachting in Carmel zijn we doorgereden naar Los Angeles vanwaar we weer terug naar Londen vliegen. Ons hotel in Los Angeles lag maar een blok verwijderd van de zogenaamde “Hollywood Walk of Fame”. De Hollywood Walk of Fame omvat het gedeelte van het trottoir dat langs Hollywood Boulevard en Vine Street loopt (in Hollywood), waarop meer dan 2000 grote kleurige tegels in de vorm van een ster zijn aangebracht elk met de naam van een beroemdheid uit de wereld van film, televisie, radio, muziek en/of theater. Om aan te geven in welke categorie de ster toebedeeld is, staat er een klein embleem onder de naam van de beroemdheid. Er zijn bovendien enkele tientallen betonnen tegels waar diverse beroemdheden hun hand- en voetafdrukken alsmede een persoonlijke boodschap in het natte cement hebben achtergelaten.

Wij zijn op 25 juni aangekomen en op die dag was het precies 1 jaar geleden dat Michael Jackson overleden is. Er waren dan ook veel fans op de been en de ster van Michael Jackson op de “Walk of Fame” was een hele bloemenzee geworden. Tijdens onze wandeling werden we aangesproken met de vraag of we interesse hadden in een stadsrondrit om de bezienswaardigheid van Los Angeles te bekijken. Het ging dan met name om de huizen van de diverse beroemdheden. Alhoewel dit niet onze manier van vakantie vieren is, hebben we besloten om toch mee te gaan. De rit duurde 2 uur en er was 1 stop nl. aan Mulholland street waar een uitkijkpunt is en je uitkijkt op de letters “HOLLYWOOD”. Deze letters zijn 15 meter hoog en werden in 1923 geplaatst. Oorspronkelijk waren ze bedoeld om reclame te maken voor land dat te koop was en stond er ook Hollywoodland. Jarenlang werden de letters, die oorspronkelijk maar voor anderhalf jaar geplaatst waren, niet onderhouden. Vanaf 1949 heeft de Kamer van Koophandel van Hollywood het onderhoud van de letters overgenomen. In dat jaar deed de kamer het voorstel om de letters op te knappen en de laatste vier (LAND) te laten vervallen. In 2010 werden de letters bedreigd door een vastgoedproject, waardoor deze niet meer duidelijk zichtbaar zouden zijn. De vastgoedmakelaar wou het project verkopen voor 12,5 miljoen dollar (9,4 miljoen euro). Enkele bekende Hollywood sterren zoals Steven Spielberg en Tom Hanks deden een duit in het zakje. Playboy-oprichter Hugh Hefner had er zelfs negenhonderdduizend dollar (680 duizend euro) voor over. Ook de staat Californië betaalde meer dan drie miljoen dollar mee. Dankzij de geldinzamelingsactie zijn de letters gered.

Daarna zijn we langs de huizen van diverse beroemdheden gereden, zoals Justin Timberlake, Hugh Hefner, de Osbornes etc. Echt hele grote huizen, de meesten goed afgeschermd van de buitenwereld door een hoge heg en grote poort. Maar ja sommige huizen waren zo groot, dat de heg niet hoog genoeg was om een en ander te verbergen. Zoals bijvoorbeeld het huis van de familie Spelling, wat volgens de gids 123 kamers omvat!! Beroemdheden zelf hebben we niet gezien. Ik kan me wel voorstellen dat die mensen af en toe genoeg ervan hebben, want op een gegeven moment stonden er bij een huis zo’n 4 bussen met toeristen. Maar ja dat weet je natuurlijk als je daar gaat wonen. De “gewone” huizen die er staan beginnen bij zo’n 2 miljoen dollar. Ook zijn we nog langs Rodeo Drive gereden; de duurste winkelstraat van Los Angeles, waar alleen designerkleding wordt verkocht. Dit is de straat waar de beroemdheden gaan winkelen. Al met al was het een leuke rondrit.

Ook hebben we Maddam Tussaud bezocht en daar wel de beroemdheden gezien. Maddam Tussaud in Los Angeles bestaat uit een gebouw van drie verdiepingen en je gaat eerst – nadat je met Obama op de foto kunt – met de lift naar de derde verdieping en dan via de trappen naar beneden. Iedere verdieping heeft een ander thema. Zo waren er filmsterren van vroeger zoals Fred Astaire en Ginger Rogers, maar ook meer bekende zoals Johnny Depp. Alles was echt heel leuk opgezet. Zo zat George Clooney aan een tafeltje en kon je zelf op de stoel naast hem gaan zitten voor een foto. Bij diverse filmsterren kon je ook bijpassende attributen gebruiken voor de foto. Zo stond Charly Chaplin er en kon je een bolhoed opzetten en wandelstok gebruiken. Bij sommige beelden kon je redelijk goed zien dat het nep was, maar sommigen waren levensecht. Alsof ze zo konden gaan bewegen. Echt een aanrader mocht je nog nooit bij een Maddam Tussaud geweest zijn.

Voor onze laatste nacht in Los Angeles hebben we een hotel geboekt in de buurt van het vliegveld. Straks gaan we de auto inleveren en vertrekken we naar het vliegveld. We hebben een rechtstreekse vlucht naar Londen en komen daar dan woensdagmiddag rond half 3 aan. Omdat we met de trein terug naar Nederland gaan en we niet het risico wilden nemen om de trein te missen omdat het vliegtuig vertraging had, hebben we besloten om nog een overnachting in Londen te doen. Donderdagmorgen om half 8 vertrekken met de Eurostar naar Roosendaal.

San Francisco

Dinsdag 22 en woensdag 23 juni 2010 – Na zondag een rustig dagje met wat wandelen en zwemmen in Petaluma doorgebracht te hebben, zijn we maandagmiddag in San Francisco aangekomen. We zijn via de Golden Gate Bridge aangekomen en daar zijn we uiteraard even gestopt. De Golden Gate Bridge is een hangbrug over de gelijknamige zeestraat Marin County verbindt. De brug is 2737 m lang, en overspant 1280 m water. De brug hangt aan kabels van ongeveer 1m (92,7cm) diameter. De brug is ontworpen door Joseph B. Strauss en geopend op 28 mei 1937. In de eerste 70 jaar na de opening van de brug hebben ruim 1300 mensen zelfmoord gepleegd, door van de brug te springen. In films is de brug een “dankbaar” slachtoffer. Geen enkele brug is zo vaak ingestort in films als de Golden Gate Bridge.

Na deze stop zijn we doorgereden naar het hotel. Na ingecheckt te hebben, hebben we de omgeving verkend. Dinsdag zijn we naar Fisherman’s Wharf gewandeld. Eerst hebben we het San Francisco Maritime National Historic Park bezocht, waar een aantal “antieke” schepen lagen die we bezocht hebben. Fisherman’s Wharf is een oude zeeliedenbuurt, die veranderd is in een bezienswaardigheid. Er zijn veel authentieke visrestaurants en hedendaagse trendy cafés. Op Pier 39 van Fisherman’s Wharf is altijd een grote groep zeeleeuwen te vinden. Hier was het dan ook enorm druk, want dit is echt de toeristische trekpleister van Fisherman´s Wharf.

Fisherman’s Wharf kijkt uit op the Rock, zoals Alcatraz ook wel genoemd wordt. We hebben deze keer ook een bezoek gebracht aan Alcatraz. Van 1934 tot 1963 was het in gebruik als zwaar beveiligde gevangenis. Maar liefst 1545 gevangenen hebben het eiland als standplaats gehad. De beroemdste gevangene was Al Capone, die hier gedetineerd was in verband met belastingfraude. Voordien was op het eiland eerst een militair fort (1850-1907) en daarna (vanaf 1907-1933) een militaire gevangenis gevestigd. Tegenwoordig is het eiland een natuurgebied, waar heel veel verschillende vogels broeden. Naast de gevangenis bevat Alcatraz ook de oudste vuurtoren van de westkust van de Verenigde Staten. De naam Alcatraz werd aan het eiland gegeven door Juan Manuel de Ayala, de eerste Spanjaard die het eiland ontdekte, in 1775. Hij bracht de baai van San Francisco in kaart, en noemde het eiland “La Isla de los Alcatraces,” wat te vertalen is als “het eiland van de pelikanen.”

De beslissing om van Alcatraz een gevangenis te maken kwam vanwege de afgelegen ligging en de sterke stromingen in de baai, die het zo goed als onmogelijk zouden maken om te ontsnappen.

Op 21 maart 1907 werd Alcatraz officieel door de Amerikaanse overheid ingesteld als militaire gevangenis. In 1909 begonnen de werkzaamheden om het eiland van militair fort om te bouwen tot gevangenis. Er kwamen celblokken. In 1912 waren de werkzaamheden voltooid.

In de nasleep van de aardbeving van San Francisco in 1906 werden ook tijdelijk niet-militaire gevangenen naar Alcatraz gebracht voor bewaring. Op 12 oktober 1933 kwam de gevangenis in handen van de United States Departement of Justice en werd het een federale gevangenis. De gevangenis had een zeer streng regime. In de beginjaren was het zelfs niet toegestaan om onderling te praten.

Er zijn verschillende ontsnappingspogingen gedaan, maar officieel is het nooit iemand gelukt om te ontsnappen. In totaal waren er 36 gevangenen betrokken bij 14 ontsnappingspogingen. Daarvan werden er 23 weer gearresteerd, zes doodgeschoten, en twee vermist op zee.

Op 11 juni 1962 zou er echter toch een succesvolle ontsnapping plaats hebben gevonden. Frank Morris en de broers John en Clarence Anglin ontsnapten volgens de verhalen in een opblaasbaar vlot gemaakt van aan elkaar gelijmde regenjassen. Frank Morris, de leider van de groep, had een bijzonder hoog IQ, en wellicht hebben ze het getij van de baai gebruikt om te ontsnappen. Enkele van hun spullen zijn terug gevonden op Angel Island, maar sommigen gaan er van uit dat ze bij de Golden Gate Bridge aan land zijn gegaan en hun spullen via het getij naar Angel Island hebben laten drijven om de politie op een dwaalspoor te zetten. Van hen heeft niemand meer iets vernomen. Men is er van uit gegaan dat ze verdronken waren, maar dat is niet helemaal zeker. Van deze ontsnappingspoging is een film gemaakt; Escape from Alcatraz, genaamd.

Nog geen jaar na de ontsnapping werd op 21 maart 1963 Alcatraz officieel gesloten.

Na ons bezoek aan Alcatraz zijn we met de kabeltram meegereden. Dit is ook een echte toeristische attractie en het kostte dan ook wat moeite om een plekje op de tram te vinden. Maar wel leuk om mee te maken. Wij zijn onderweg nog uitgestapt bij Lombard street. De straat staat bekend als de meest bochtige straat van de wereld, hoewel dit slechts een klein stukje van de gehele straat betreft. Het stukje is slechts één huizenblok lang, maar telt acht scherpe haarspeldbochten. Met zijn acht scherpe bochten heeft de straat de bijnaam gekregen van de meest kromme en bochtige straat in heel Amerika. Het bochtige ontwerp is het eerst voorgesteld door de eigenaar van het stuk grond en gerealiseerd in 1922. Het is eigenlijk ontstaan uit noodzaak, om de natuurlijke 27 graden helling te reduceren, daar deze te steil was om er met voertuigen te rijden. Het is eenrichtingsverkeer en het zijn vooral toeristen die de afdaling rijden.

Na ons bezoek aan San Francisco zijn we doorgereden naar Carmel voor een overnachting voordat we naar onze eindbestemming Los Angeles af zullen reizen.

Sacramento Valley

Donderdag 17 juni t/m maandag 21 juni 2010 – De afgelopen dagen zijn we vanuit Lee Vining via Marysville en Petaluma naar San Francisco gereden. Deze rit voerde ons door de Sacramento Valley.

Sacramento Valley is het deel van de California Central Valley ten noorden van de Sacramento Delta. Het omvat tien county’s geheel of gedeeltelijk. De rivier de Sacramento en de bijrivieren domineren het landschap van de Sacramento Valley. De rivieren beginnen in de verschillende bergketens die de vorm van de vallei bepalen: de Northern Coast Ranges in het westen, de Siskiyou Mountains in het noorden, en de noordelijke Sierra Nevada in het oosten. De rivieren worden gebruikt voor agriculturele, industriële, residentiële en recreatieve doeleinden, en de meeste zijn dan ook ingedamd en omgelegd.

Het terrein van de Sacramento Valley is hoofdzakelijk plat grasland dat steeds weelderiger wordt naarmate men verder van het oosten uit het regengebied van de Coast Ranges richting de Sierras gaat. In tegenstelling tot de droge San Joaquin Valley, waar het een woestijn was voordat men met irrigatie begon, is de Sacramento Valley een stuk natter en bestond voornamelijk uit bosgebieden voordat de Europese kolonisten arriveerden. Veel van de bomen werden gekapt toen de Goudkoorts heerste in Californië met de komst van veel kolonisten.

Een van de meest bijzondere dingen in het landschap is Sutter Buttes, ook wel de “kleinste bergketen in de wereld”. Het bevat de overblijfselen van een vulkaan, en ligt vlak buiten Yuba City.

In de valley liggen een aantal “wildlife refuges” ofwel beschermde gebieden voor de dieren die daar leven. Deze gebieden zijn wel, grotendeels, open voor het publiek. Er zijn wandelroutes en een tweetal gebieden hebben autoroutes met verschillende stopplaatsen. De vier gebieden die we bezocht hebben varieerden allemaal in grootte, van (relatief) klein tot behoorlijk groot. Wat ze wel gemeen hebben is dat ze allemaal een groot gedeelte hebben dat uit water bestaat. In de vorm van een vijver of moeras, of een combinatie van beide. In het grootste park is ook het hoofdkwartier voor de gebieden in de Sacramento vallei gevestigd.

Een van de meest bijzonder ontmoetingen was met een “familie” herten die opeens op de weg opdoken. Verder hebben we wat verschillende vogels gezien.

Einde van de reis!

We merken dat we moe zijn geworden van alle ervaringen, indrukken en gereis van de afgelopen maanden.

Om die reden hebben we dan ook besloten om na Amerika onze reis te beëindigen. We vinden dat we beter nu kunnen stoppen, dan doorgaan vanwege het feit dat we dat ooit bedacht hadden een heel jaar te gaan reizen. Een moeilijke beslissing, dat mag duidelijk zijn. Nu is het niet zo dat we het reizen moe zijn, in de toekomst zullen er nog zeker de nodige volgen.

De afgelopen 8 maanden zijn voorbij gevlogen en we hebben er met volle teugen van genoten. Gezien de vele reacties die we gehad hebben denk ik dat ook onze lezers veel plezier hebben gehad van onze verhaaltjes.

Op 1 juli as. zijn we dan ook weer terug in Nederland. Waar we gaan wonen weten we nog niet definitief. In eerste instantie trekken we bij de moeder van Cora in, tot we zelf iets gevonden hebben. Wat werk betreft, zullen we op zoek moeten gaan naar een baan. Ik, Frans, ga in ieder geval in september beginnen aan een opleiding fotografie bij de School voor Fotografie te Breda. De bedoeling is om als fotograaf aan de slag te gaan. Hierover horen jullie binnenkort meer.

Voor het zover is kunnen jullie nog wel een paar berichtjes verwachten. Op dit moment zitten we in San Francisco en we gaan nog naar Los Angeles. Onze vlucht zal vanuit Los Angeles vertrekken.

Bodie – Ghosttown

Woensdag 16 juni 2010 – Verdeeld over de Verenigde Staten zijn er her en der nog resten van het oude westen, in de vorm van zo’n 180 spookstadjes te vinden. Een deel is verlaten en staat te verkommeren, andere worden nog een klein beetje “levend” gehouden door activiteiten aan de bezoekers aan te bieden. Calico, het stadje dat we op onze vorige reis bezochten, geeft de bezoekers de gelegenheid tot goudzoeken en er werd een “shootout” opgevoerd.

Het plaatsje Bodie wat we nu bezocht hebben, is een heel ander verhaal. Daar gebeurt niets. In 1859 werd er goud ontdekt door de goudzoeker W.S. Bodey waar de plaats zijn naam van kreeg. Hij stierf in november tijdens een bevoorradingtocht naar Monoville.

In 1876 ontdekte de Standard Company een winstgevende geologische goudlaag. Hierdoor werd Bodie omgevormd van een geïsoleerd mijnkamp met enkele goudzoekers tot een snel groeiend Wild West-plaatsje. Grote hoeveelheden goud die gevonden werden in 1878 trokken nog meer mensen aan. Als een zeer bedrijvig mijndorp was Bodie vooral bekend om zijn losbandigheid. In 1880 had Bodie maar liefst 60 saloons. Moorden en gevechten waren dagelijkse kost. Een legende zegt dat toen een klein meisje hoorde dat ze naar Bodie verhuisde bad tot God: “Goodbye God, we’re going to Bodie.”

In 1893 bouwde de Standard Company er zijn eigen hydro-elektrische centrale. De centrale kon een maximum van 6600 volt of 130 pk produceren. Deze installatie was een van de eerste installaties die werkte op een elektrische motor waarvan de elektriciteit voorzien werd door kabels over een zeer lange afstand.

Bodie had zijn eigen Chinatown waar op een gegeven moment honderden Chinezen verbleven. Het had zelfs een eigen tempel. De Chinezen die er verbleven verdienden hun geld vooral door het verkopen van groenten, het openhouden van wasserijen en het kappen en verkopen van hout. Doordat de temperaturen in Bodie vaak onder de 0°C kwamen en de winden tegen 100 mijl per uur bliezen was er zeer veel hout nodig om de inwoners hun huizen warm te houden.

Vandaag de dag is Bodie het meest authentieke spookstadje in het Wilde Westen, ook al verwoestte een brand een groot deel van Bodie in 1932. Nu is het bekend als Bodie State Park. Bezoekers kunnen er in de straten wandelen van een dorp dat ooit meer dan 10.000 inwoners had. Enkel een klein deel van het dorp bleef over, maar de interieurs van de huizen werden intact gehouden. Bodie is het hele jaar geopend maar de beste tijd om deze plaats te bezoeken is tijdens de zomermaanden.

Het stadje word in een staat van “begeleid verval” gehouden. Dit houdt in dat alle gebouwen die er stonden op het moment dat het een nationaal Park werd (1962) hersteld mogen worden in de originele staat. Door het opknappen van daken, gevels en dergelijke kan het stadje voorlopig blijven bestaan.

Mono Lake

Dinsdag 15 juni 2010 – Vandaag gaan we een bezoekje brengen aan het Mono Basin, ook wel Mono Lake genoemd. Het ligt tussen de Sierra Nevada en de White Mountains, ten oosten van Yosemite National Park. Mono Lake staat bekend om de grillig gevormde zoutpilaren nabij de zuidwestelijke oever. Alhoewel er door het hoge zoutgehalte geen vis leeft in het meer is het toch een belangrijke pleisterplaats voor duizenden trekvogels. In het water komen namelijk wel grote hoeveelheden pekelkreeftjes en “alkali flies” voor, waardoor er voor de vogels ruim voedsel voorhanden is.

Het hoge zoutgehalte van het meer komt doordat het meer geen uitstroom heeft. Al het water dat er in stroomt gaat alleen door verdamping verloren. Omdat het meer zo’n 760.000 jaar oud is, zijn er in al die jaren dan ook veel mineralen in terecht gekomen. Het zoutgehalte is bijna 10% en je kunt er dan op je gemakje in drijven zonder al te veel moeite te hoeven doen. Ter vergelijking: de Dode zee heeft een zoutgehalte van ca. 33%.

Een ander bijzonder verschijnsel is de vorming van zogenaamde “tufa’s”. Tufa’s worden gevormd doordat zoet water met daarin calcium opborrelt in het meer. Het calcium reageert met het carbonaat in het water van het meer en vormt hiermee calcium carbonaat, een soort zandsteen, wat neerslaat op de bodem, rond het gat waar het water uit omhoogborrelt. Doordat dit constant doorgaat, vormt er zich een holle pilaar die steeds hoger wordt. Tot uiteindelijk de tufa boven water uitsteekt. Het waterpeil is in de loop de jaren ook gedaald en sommige van de tufa’s steken dan ook enige meters boven water uit. Dit proces gaat overigens nog steeds door, er worden nog steeds tufa’s gevormd.

Op een van de tufa’s zagen we ook een paartje Ospreys, visarenden, zitten. Deze broeden hier wel, omdat de in het water staande tufa’s een goede bescherming geven tegen roofdieren. Om hun maaltje vis bij elkaar te scharrelen, vliegen de vogels naar het nabijgelegen “June Lake” waar volop vis voor ze zit.

Yosemite National Park

Maandag 14 juni 2010 – Het volgende National Park dat we gaan bezoeken is Yosemite National Park. Tijdens onze vorige reis naar Amerika zijn we hier ook geweest, maar veel te kort. Vandaar dat we nu een hele dag uitgetrokken hebben om het te kunnen bezoeken. Dat Yosemite een populair park was, hadden we al gelezen, maar op de bijna overweldigende drukte hadden we niet gerekend. Zeker omdat het maandag was. Hoewel we relatief snel een parkeerplaatsje vonden, was het niet zoals we gewend waren: aankomen rijden en parkeren waar je maar wilt.. En dan was het nu nog niet eens het hoogseizoen.

De 3,25 miljoen bezoekers die het park jaarlijks te verwerken krijgt hebben overigens wel z’n weerslag op het park. De natuur heeft behoorlijk te leiden onder deze drukte. Bezoekers wordt dan ook dringend verzocht om de auto te laten staan op de parkeerplaats en de gratis shuttlebus te gebruiken.

Ook zijn er in het verleden veel problemen geweest doordat beren steeds vaker gevoerd werden door de bezoekers en hierdoor vuilnisbakken en auto’s openbraken om bij eten te komen. Een beer eet namelijk alles waar een geur aan zit. Een “standaardregel” is dat een beer die gevoerd wordt, afgemaakt zal moeten worden om problemen te voorkomen. Er wordt dan ook veel aandacht besteed aan preventie in de vorm van “bearproof” kluisjes (als je gaat kamperen) en vuilnisbakken. Ook worden de beren hardhandig geleerd dat ontmoetingen met mensen niet prettig zijn door onder andere rubberkogels op ze af te schieten.

Het park staat verder bekend om zijn hoge watervallen, mammoetbomen, alpenweiden en wilde rivieren. Ansel Adams, een van de invloedrijkste fotografen van de twintigste eeuw is bekend geworden door de landschapsfoto’s die hij in dit park nam.

In het park liggen ook zo’n 1300 kilometers aan wandelpaden, dus je kunt makkelijk een blokje om voor een paar dagen. Ook voor rotsklimmen kun je er terecht. Camp 4, gelegen in Yosemite, is zelfs een van de belangrijkste plaatsen geworden in de ontwikkeling van het rotsklimmen als sport. We zagen inderdaad een paar rotsklimmers in actie op “El Capitan”, een 910 meter hoge rotsformatie.

We hadden graag een nacht doorgebracht in Yosemite Valley, maar helaas was alles volgeboekt, iets wat we niet voorzien hadden. Daarom zijn we maar door het park heen gereden naar Lee Vining om daar twee nachten door te brengen. Hier kunnen we onder andere het Mono Basin bezoeken, een groot zoutmeer.

Sequoia en Kings Canyon NP

Zaterdag 12 juni 2010 – Met ons bezoek aan Death Valley hebben we zo’n beetje alle mogelijke weerstypes gehad de laatste weken, van sneeuw in Wyoming via regen in Utah naar hitte in Californië, waar we nu zijn. Na het bezoek aan het doodse Death Valley, gaan we vandaag naar het Sequoia en Kings Canyon National park. Dit zijn de parken die bekend staan om de Sequoia’s, ’s werelds grootste bomen.

De mammoetboom of reuzensequoia (Sequoiadendron giganteum) is een boom uit de cipressenfamilie (Cupressaceae). Het is de zwaarste boom in de wereld. De soort komt van nature voor in Californië waar ze groeit op de westelijke hellingen van de Sierra Nevada. Voor de ijstijden kwam de boom algemeen voor op het noordelijk halfrond. In bijvoorbeeld Europa is de boom bekend als fossiel in bruinkoollagen.

De grootste mammoetboom is de General Sherman Tree. Deze is te vinden in het Sequoia National Park in Californië. Daar bedraagt de hoogte 83 m en de omtrek bij de bodem 31 m en de omtrek op borsthoogte 26 m. Als sierboom worden mammoetbomen aangeplant in Europa, maar daar zijn ze voorlopig aanmerkelijk kleiner: de dikste mammoetboom in België is een boom in het Waalse Esneux, die reeds een stamomtrek van 8,9 m heeft (op 1,5 m hoogte).

In Nederland zijn de dikste exemplaren te vinden in Brummen in Gelderland, met een stamomtrek van 7,9 en 7,8 m (op 1,3 m hoogte). Om zo groot te worden als in Amerika zijn duizenden jaren nodig. De planten zijn in Europa pas in de tweede helft van de 19e eeuw voor het eerst ingevoerd. De oudste reuzensequoia wordt na jaarringenonderzoek op 3200 jaar geschat.

De kroon is smal en kegelvormig. De uiteinden van de takken buigen naar voren. De boomschors is roodachtig bruin, dik, zacht en vezelig. Later wordt de schors donkerder en gegroefd. De richels steken soms ver uit. De schors is zo zacht dat men ertegen kan stompen zonder de vuist te verwonden. De boom heeft blauwgroene of donkergroene schubbladeren van 4-7 mm lang. De kegels zijn bruin en eivormig, 5-8 cm lang en hangen aan lange steeltjes aan de hoofdtwijgen. Zowel Sequoia sempervirens als Sequoiadendron giganteum hebben een opvallende rode schors (in het Engels heten deze soorten ‘redwood’). De schors is heel zacht en kan gemakkelijk ingeduwd worden.

De mammoetboom heeft een zeer dikke bast en een hoge kruin, zodat bij een bosbrand het vuur de belangrijkste delen van de boom niet kan aantasten. Voor de voortplanting is het zelfs noodzakelijk dat de zaden deels verbrand worden. Het snel blussen en voorkomen van bosbranden in het verspreidingsgebied schijnt er toe geleid te hebben dat er vrijwel geen nieuwe Sequoia’s meer opgroeien. Bovendien zijn de zeer sterke bosbranden die af en toe toch oplaaien wel in staat om de oude bomen dodelijk te beschadigen.

De mammoetboom levert zacht en duurzaam hout. Het is echter te zacht om als constructiemateriaal gebruikt te worden. Reuzenbomen die worden geveld versplinteren niet zelden in ernstige mate als ze omvallen, waardoor een groot deel van het hout onbruikbaar wordt.

Als naast zo’n boom staat, voel je je toch wel erg klein…

Overigens werden we onderweg nog aangenaam verrast: we kwamen tot twee keer toe een beer tegen.

Death Valley….

Vrijdag 11 juni 2010 – Vannacht hebben we overnacht in een hotel in Death Valley Junction. Alhoewel een en ander op internet er goed uitzag, was het wel even slikken. Het stadje zelf telde slechts een paar bewoners, de eigenaren van het hotel en van een plaatselijk cafe c.q. Restaurant. Verder was er helemaal niets in het dorpje. Er stonden wel huizen, maar deze waren al lang geleden verlaten en stonden op instorten. Het hotel dateerde van 1925 en sinds die tijd was er weinig veranderd. Op zich een leuke ervaring, maar qua luxe (en dan hoeft het voor ons nog niet eens zo luxe te zijn) echt helemaal niets. Het toilet en de douche waren duidelijk aan renovatie toe. Het was zo erg zelfs dat we het douchen maar een dag overgeslagen hebben. De kamer zelf was helemaal kaal en het klonk dan ook alsof je in een echoput stond. Er hing een hele grote airco en die maakte behoorlijk wat lawaai wat door de akoestiek nog eens verergerd werd. Afijn na een niet echt fantastische nacht zijn de volgende dag doorgereden naar Death Valley National Park. En zoals de naam als doet vermoeden ziet het er allemaal echt heel doods uit. Maar schijn bedriegt, want na een bezoek aan het informatiecentrum kwamen we er al snel achter dat er veel verschillende dieren in Death Valley leven. De dieren hebben zich aangepast aan het klimaat en de meeste komen pas ’s nachts in actie omdat het overdag veel te warm is. In het zoute water van enkele beken komt zelfs een bijzondere vis voor die in het zout en de hitte weet te overleven, de zogenaamde Pupfish. Deze vis is het levende bewijs dat het vroeger natter was in Death Valley. Duizenden jaren lang tot ongeveer 10.000 jaar geleden had Death Valley grote meren, gevoed door veel regen en het smeltwater van de gletsjers uit de ijstijd op de nabijgelegen bergen. Het klimaat werd droger en de meren droogden op en dwongen zowel mensen als vissen naar permanente waterbronnen te verhuizen. Sinds die tijd heeft de Pupfish overleefd in geïsoleerde bronnen met water op een temperatuur van 35° Celsius en in stromen waar het beetje water al vijf keer zo zout is als het water van de oceaan.

In Death Valley National Park zijn naast woestijn ook zoutvlakten, rotsformaties, canyons, zandduinen en bergen. Het dal kreeg zijn naam in 1849 tijdens de Goldrush. De naam werd gegeven door immigranten die de vallei wilden oversteken op weg naar het goud. Volgens het verhaal zou men proberen door de vallei te trekken met een grote groep om naar het goud te komen. Men raakte de weg kwijt en was bang dat men zou omkomen. Er werd besloten om in twee groepen verder te gaan. Eén groep zou daarbij geheel omgekomen zijn, de andere groep zal het gehaald hebben. Wanneer men de vallei uitliep, zou een vrouw zich hebben omgedraaid en hebben gezegd: “Goodbye, Death Valley”. Hier zou de vallei zijn naam aan te danken hebben.

In de jaren 1850 werd er ook goud en zilver in Death Valley aangetroffen. In 1880 werd borax aangetroffen en gewonnen. Het werd uit het gebied vervoerd met wagens getrokken door (20) muilezels, de zogenaamde 20 mule-wagons. Al snel bleek deze manier van vervoer onrendabel en werd de boraxwinning beëindigd.

Death Valley is de op één na heetste plek op aarde en de droogste plek van Noord-Amerika. De hoogste temperatuur die hier ooit gemeten is 56.7 °C, in Furnace Creek op 10 juli 1913. Het gebied is zo droog omdat er een aantal bergruggen ligt tussen de vallei en de Stille Oceaan. Wolken regenen leeg op deze bergruggen, waardoor er in Death Valley vrijwel nooit regen valt, minder dan 50 mm per jaar. Bovendien ligt het gebied zeer laag, in Death Valley bevindt zich het laagste punt van de Verenigde Staten. Dit laagste punt bestaat uit een zoutmeer, Badwater genoemd, en ligt 86 m onder de zeespiegel. Het hoogste punt in Death Valley heet Telescope Peak en ligt op een hoogte van 3368 meter boven zeeniveau. In de maanden juli en augustus worden extreem hoge temperaturen gemeten, oplopend tot 55 graden Celsius of hoger. De hoogste gemiddelde maximumtemperatuur bedraagt 46.6 °C in de maand juli. Vanaf mei tot september overschrijdt het kwik geregeld de 50 graden grens.

Ook al valt er weinig regen, er kunnen in de canyons onderaan de bergen toch overstromingen optreden. De bodem kan, o.a. door het vrijwel ontbreken van plantengroei, vrijwel geen water opnemen. Een voorbeeld is Golden Canyon , waar de wegverharding in 1976 is weggespoeld.

Overigens is Death Valley pas in 1994 (door Bill Clinton) uitgeroepen tot Nationaal Park. Sinds 1933 was het al wel een Nationaal Monument.

Las Vegas

Vrijdag 5 juni t/m donderdag 10 juni 2010 – Deze dagen zitten we in Las Vegas. Ons bezoek de vorige keer hier was zo kort dat we besloten hebben hier nu meer tijd door te brengen. Niet omdat we zulke gokkers zijn, maar gewoon omdat er zoveel te zien is.

Las Vegas (Spaans voor “De Weilanden”) is gesticht in 1905 en werd officieel benoemd tot stad in 1911. Het is vooral bekend vanwege zijn extravagante casino’s. Las Vegas is te herkennen aan de vele neonverlichtingen. Tegenwoordig is de stad ook de grootste stad van Nevada met een inwonertal van 518.000 in 2003 en een inwonertal voor de gehele agglomeratie van 2 miljoen (schatting 2005).

Er zijn honderden hotels, de bekendste bevinden zich aan de “Strip”, een 4 mijl (6,4 km) lang stuk van Las Vegas Boulevard.

Enkele van deze hotels zijn:

New York-New York

The Mirage

The Venetian

Caesars Palace

MGM Grand

The Bellagio

Luxor hotel

Stratosphere

Treasure Island

Las Vegas Hilton

Circus Circus

Flamingo

Wynn Las Vegas

Mandalay Bay

Excalibur

Paris Las Vegas

Encore Las Vegas

Wij verblijven in hotel “Excalibur”, wat direct aan de Strip gelegen is. Las Vegas is sinds een aantal jaren de grootste amusementsindustrie ter wereld. De stad mét omringende gemeenten zoals Henderson behoort tot de snelst groeiende steden in de Verenigde Staten. De Strip wordt steeds maar verder de woestijn in gebouwd. Er wordt ook steeds groter gebouwd. Oude casino’s worden gesloopt voor nieuwe, grotere casino’s. Er wordt veel moeite gedaan om klanten de casino’s binnen te krijgen: er zijn rolpaden vanuit de straat die de mensen de casino’s binnen brengen. Van de tien grootste hotels ter wereld zijn er acht aan de Strip gevestigd.

Alles draait hier om het gokken. Welk hotel je ook binnengaat, je moet altijd langs de gokkasten en pokertafels om je in te kunnen checken. Zoals we al zeiden zijn we geen gokkers, maar als je hier toch bent, moet je uiteraard een gokje wagen. In ons geval beperken we ons tot de “een-armige bandieten”, maar tot op heden is er maar 1 winnaar geweest: het casino…

De gokkasten hier zijn er in alle gewenste uitvoeringen, je hebt er met een inleg van 1 cent per beurt tot 5 dollar per beurt, en wie weet nog wel hogere bedragen. Je kunt zelfs een motor of een auto winnen in sommige casino’s, afhankelijk van je inleg. Ook aan de pokertafels kun je spelen op elk gewenst niveau, met de daarbij behorende minimuminleg.

Alles gaat hier dan ook 24 uur per dag, 7 dagen per week door.

Naast de vele shows die je in de hotels kunt bezoeken, hebben ook veel van de hotels/casino’s een show aan de buitenkant. Een van de mooiste vinden we nog steeds de fontein bij het “Bellagio”. Het thema van het hotel is de Italiaanse plaats Bellagio langs het Comomeer gelegen. Voor het hotel ligt het “Comomeer”, met een grootte van 3 hectare en waarin een groot aantal fonteinen zijn gemonteerd. De aanleg van deze fonteinen, die tot 70 meter hoog spuiten, heeft 53 miljoen dollar gekost. De “Fountains of Bellagio” dansen synchroon op de muziek. ’s Avonds is dit ook nog eens verlicht. Geweldig mooi om te zien.

Zion National Park

Donderdag, 4 juni 2010 – Zion Nationaal Park is een natuurreservaat. Het werd in 1909 een nationaal monument en in 1919 een Nationaal Park. In 1937 werd het park uitgebreid met Kolob. Zion dankt zijn naam aan de Mormoonse pioniers. ‘Zion’ is mormoons voor een plek van rust en veiligheid. Ook de naam Kolob komt van die religie, het betekent: een plek dichtbij God. 2000 jaar geleden leefden hier ook Anasazi (een prehistorische inheemse Amerikaanse cultuur) tot ongeveer 800 jaar geleden. Toen leefden hier de Paiutes (eveneens oorspronkelijke Amerikanen) tot de Mormoonse pioniers hier aankwamen.

Zion is een ontzagwekkende opeenvolging van torenhoge zandsteenmonolieten, smalle sleufcanyons, snelstromende rivieren en beken, een dichte vegetatie en een rijke dierenwereld. Het park heeft 800 soorten planten, 75 soorten zoogdieren, 271 verschillende vogelsoorten, 32 soorten reptielen en amfibieën en 8 soorten vis, voorbeelden hiervan zijn herten, hagedissen en bedreigde diersoorten zoals de Peregrine valk, de Mexicaanse spotuil, de Southwest Willow Flycatcher en de slak van Zion, nergens anders op de wereld te vinden.

Door Zion loopt van oost naar zuid een weg. Deze weg loopt door een tunnel, de zogenaamde Zion-Mount Carmel Tunnel welke van 1930 dateert en zo’n 1,5 kilometer lang is. Aan deze weg ligt ook de spectaculaire Checkerboard Mesa; dit is wel de opmerkelijkste rotsformatie/versteende zandduin, die het park kent. Het is een enorme crèmekleurige rots met een geruit oppervlak als van een dambord. Dit patroon is te danken aan de horizontaal verlopende afzettingen ind e duinen en de latere uitdieping van verticale breukvlakken door watererosie.

Er loopt nog een andere (doodlopende) weg door het park met verschillende stops waar wandelingen gemaakt kunnen worden. Deze weg is alleen met de shuttlebus te bereiken en verboden voor auto’s. Deze shuttlebus is in het leven geroepen omdat er door de vele bezoekers regelmatig verkeersopstoppingen waren. Het voordeel is ook dat de bussen voor minder vervuiling en geluidsoverlast zorgen dan de auto’s.

Wij zijn met de bus naar een aantal stops gereden om daar te gaan wandelen. Zo hebben we als eerste de zogenaamde Weeping Rock wandeling gedaan. Dit is een korte, maar vrij steile wandeling naar een rots waar constant water uit/overheen stroomt. Hierdoor groeien er de meest mooie planten en bloemen, een soort hanging basket. Wij zagen ook een kolibrie die zich tegoed deed aan de planten die al in bloei stonden. Daarna zijn we uitgestapt om de Riverside Walk te doen. Een vrij gemakkelijke wandeling van zo’n 3 kilometer die parallel aan de Virgin rivier, helemaal tot in de canyon loopt. Op een gegeven moment kun je niet verder zonder door de rivier te waden, zo dicht staan dan de wanden van de canyon bij elkaar. Als je omhoog kijkt, kijk je zo tegen de torenhoge steile zijwanden van de canyon aan.

Morgen gaan we door naar Las Vegas, waar we een aantal dagen zullen blijven.