Category: USA

Bryce Canyon

juni 6th, 2010 Permalink

Woensdag, 3 juni 2010 – Bryce Canyon Nationaal Park dankt zijn naam aan de Mormoonse pionier Ebenezer Bryce, die van 1875 tot 1880 aan de voet van Bryce Canyon woonde. In 1924 werd het gebied uitgeroepen tot nationaal park. Tijdens onze rondreis in 2003 hebben wij ook een bezoek gebracht aan Bryce Canyon. Dit was [...]

Woensdag, 3 juni 2010 – Bryce Canyon Nationaal Park dankt zijn naam aan de Mormoonse pionier Ebenezer Bryce, die van 1875 tot 1880 aan de voet van Bryce Canyon woonde. In 1924 werd het gebied uitgeroepen tot nationaal park.

Tijdens onze rondreis in 2003 hebben wij ook een bezoek gebracht aan Bryce Canyon. Dit was een van de mooiste parken die we toen gezien hebben, zodat we besloten hebben om het park nogmaals – maar nu op ons gemak – te bezoeken.

Bryce Canyon is beroemd om zijn unieke geologische rotsformaties. Door de samenwerkende krachten van vriezen en dooien worden de kalk- en zandsteenformaties langzaam geërodeerd en vormen zo de zogenaamde hoodoos. De afgesleten toppen zorgen voor prachtige formaties die in het zonlicht erg mysterieus lijken. De zon zorgt voor schakeringen van de kleuren van de rotsen. De kleuren variëren van roze naar oranje.

Hoodoos in Bryce Canyon worden gevormd door twee processen. Het eerste proces, vorstverwering, oefent vooral in de winter zijn invloed uit. Water sijpelt in kleine scheuren in de rots. Wanneer het water bevriest, zet het uit, waardoor de scheur groter wordt. Het ijs smelt, er loopt meer water in de scheur en het water bevriest weer. Scheuren kunnen op deze manier zo groot worden, dat er stukken rots afbreken.

Dat is waar het tweede proces verder gaat: regen neemt de stukjes rots die zijn afgebroken door het vriezen en dooien van water in scheuren. De regen draagt ook bij aan de erosie van de rots doordat het wat zuur is. Kalksteen, waaruit hoodoos bestaan, lost daarin op.

Deze processen hebben gezorgd voor het ontstaan van deze rotsformaties, maar zullen ook zorgen voor de afbraak ervan. In Bryce Canyon is de erosiesnelheid ongeveer 0,6-1,3 meter per 100 jaar.

Door het park loopt een lange weg naar het eindpunt, waar Rainbow Point en Yovimpa Point liggen. Vanaf deze punten kun je (op heldere dagen) zo’n 90 mijl ver kijken. Als het weer meezit en het echt heel erg helder is, kun je zelfs helemaal tot in New Mexico kijken. Langs de weg zijn nog diverse uitkijkpunten, waarvan de punten Sunrise, Sunset, Inspiration en Bryce het zogenaamde amphitheater omcirkelen. Dit ampitheater is wel – vinden wij – het mooiste stuk van Bryce Canyon. Hier zijn heel veel hoodoos in prachtige kleuren van roze tot oranje te zien. Ook zijn er diverse wandelingen uitgezet. We hebben wel enkele wandelingen gedaan, maar gezien de hoogte waar we ons op bevonden – zo’n 3000 meter – raakten we al bij de kleinste inspanning snel buiten adem. Erg grote en inspannende wandelingen hebben we dus maar niet gedaan.

Tijdens onze rondreis in 2003 zagen we een boompje dat op de rand van de afgrond stond. De wortels stonden nog net in de grond en het leek alsof het boompje ieder moment naar beneden kon storten. Dat is dus niet gebeurd! Het leuke is dat dit boompje, nu een stuk groter is en nog steeds op de rand van de afgrond staat. De erosie heeft dus op deze boom geen invloed gehad.

Morgen gaan we verder naar Zion National Park.

Antelope Canyon

juni 5th, 2010 Permalink

Dinsdag 1 juni 2010 – Voor vandaag staat een tour naar “Antelope Canyon” op het programma. Antelope Canyon bestaat uit twee kleine canyons, genaamd Lower Antelope Canyon en Upper Antelope Canyon. Het gaat hier om zogenaamde slot canyons. Dit zijn smalle kloven die door water of modder zijn uitgesleten. De Antelope Canyons liggen in een [...]

Dinsdag 1 juni 2010 – Voor vandaag staat een tour naar “Antelope Canyon” op het programma.

Antelope Canyon bestaat uit twee kleine canyons, genaamd Lower Antelope Canyon en Upper Antelope Canyon. Het gaat hier om zogenaamde slot canyons. Dit zijn smalle kloven die door water of modder zijn uitgesleten. De Antelope Canyons liggen in een Navajoreservaat in de buurt van het dorp Page in Arizona, vlakbij Lake Powell.

De Upper Antelope Canyon is zo’n 400 meter lang en 44,3 meter diep. Lower Antelope Canyon ligt een paar kilometer verderop. Deze canyon is veel smaller en moeilijker te bereiken.

De canyons zijn ontstaan door erosie. Doordat er tijdens de Moessonseizoenen modderstromen ontstaan werd de doorgang uitgesleten. Daarnaast heeft de wind haar werk gedaan. De zachte steensoorten werden hierdoor afgesleten en de hardere soorten gepolijst.

Beide canyons zijn alleen te bezoeken onder leiding van een gids en mogen ook maar maximaal 2 uur – per rondleiding – bezocht worden. Dit is zo bepaald door de stamleiding van de Navajo’s en het nut ervan was niet helemaal duidelijk, want alle rondleidingen sluiten achter elkaar aan.

Er zijn 4 aanbieders van tours die ook allemaal twee types rondleiding aanbieden: Tour 1 duurt een uur en is voor de mensen die het even gezien willen hebben en vlug een fotootje willen schieten, Tour 2, die twee uur duurt, is voor de serieuzere fotografen, die meer tijd willen hebben en ook een goede foto mee naar huis willen nemen. In eerste instantie konden we niet met de langere tour mee, omdat deze al volgeboekt was, tot 2 weken vooruit. Gelukkig waren er 2 annuleringen en konden we op het laatste moment toch mee.

Het voordeel van de langere tour is ook dat de gidsen alle anderen, van de kortere tour, tegenhouden tot alle foto’s gemaakt zijn. De samenwerking tussen alle gidsen is gelukkig zodanig goed dat dit geen problemen oplevert. De passerende groep wordt ook weer snel weggeleid.

Het eerste uur heeft onze gids ons meegenomen naar de beste plekken om te kunnen fotograferen. Het bijzondere van deze canyons is, dat er licht van boven naar binnen valt, als het uiteraard niet bewolkt is, waardoor er een smalle lichtbundel ontstaat. Met wat hulp van opgegooid zand krijg je een mooi effect. De tijd die je hebt is echter maar zo’n 30 minuten tot 1 uur. Daarna is het voorbij, tot de volgende dag uiteraard.

Het tweede uur mochten we vrij door de canyon lopen en fotograferen. De twee uur zijn omgevlogen, je kunt je daar makkelijk een hele dag bezighouden.

Na afloop zijn we teruggebracht naar Page, waar we verbleven, en zijn na een hapje eten weer op weg gegaan naar onze volgende bestemming: Bryce Canyon. We gaan daar morgen een hele dag naartoe, hopelijk is het rustiger dan afgelopen weekend, tijdens het “Memorial Day”-weekend.

Grand Canyon

juni 4th, 2010 Permalink

Maandag, 31 mei 2010 – Vandaag is het Memorial Day en dat is wel te merken ook. Het is echt heel erg druk overal en een slaapplaats was dan ook moeilijk te vinden. Het is ons gelukt in Page 2 nachten te boeken. Vanwege de drukte is de prijs helaas 2x zo hoog als tijdens [...]

Maandag, 31 mei 2010 – Vandaag is het Memorial Day en dat is wel te merken ook. Het is echt heel erg druk overal en een slaapplaats was dan ook moeilijk te vinden. Het is ons gelukt in Page 2 nachten te boeken. Vanwege de drukte is de prijs helaas 2x zo hoog als tijdens een normaal weekend, maar ja slapen in de auto is natuurlijk ook geen optie.

Vandaag staat de North Rim van de Grand Canyon op ons programma. Toen wij in 2003 in Amerika waren met de groepsreis hebben we de South Rim bezocht, vandaar dat we nu voor de North Rim gekozen hebben. Dit is ook (volgens de informatie die we hebben) de rustigste kant van de Grand Canyon, dit omdat je – in tegenstelling tot de zuidkant – niet parallel aan de rand van de canyon rijdt.

De Grand Canyon is ontstaan door erosie. Vrijwel alle gesteenten die ooit de kloof opvulden zijn weggespoeld door de Colorado River. De Colorado River loopt door het hart van de Grand Canyon. De Colorado ontspringt in de besneeuwde bergen van de Rocky Mountains en zwelt onderweg, mede door zijrivieren als de Green River. Het koude water komt vervolgens bij de rode rotsen van Utah, waar het opgewarmd wordt door de zon. De rivier vergaart hier het rode sediment van de rotsen, waar ze haar naam aan dankt: rood is in het Spaans Colorado. Hoe de Grand Canyon precies is ontstaan, daar zijn de meningen tot op de dag van vandaag nog verdeeld, maar dat het een spectaculair zicht is is duidelijk. Om via het noorden bij de (noord)rand van de canyon te komen moet je met de auto zo’n 290 kilometer omrijden! Het is wel een prachtige rit over onder andere de spectaculaire Navajo Bridge, die zo’n 142 meter hoog is. Hier zagen we nog een paar condors op de pijlers zitten. De populatie condors wordt bijgehouden door middel van het nummeren en voorzien van een zogenaamde tag. Ook worden sommige condors voorzien van een zendertje. Wel een raar zicht om de vogels te zien met een nummer.

Aangekomen bij de Grand Canyon zijn we als eerste naar de Grand Canyon Lodge gereden. Hier zit ook het informatiecentrum. De Lodge is een prachtig gebouw van natuursteen en boomstammen. Het wordt omringd door kleinere hutten, waarvan sommige letterlijk op de rand van de afgrond staan. Een korte en indrukwekkende wandeling komt uit bij Bright Angel Point. Het uitzicht is hier echt fenomenaal. Eigenlijk kijk je hier niet echt over de Grand Canyon uit, maar over een zijdal, de Bright Angel Canyon. Om bij de “echte” Grand Canyon te komen moesten we een weg van 32 kilometer volgen. Onderweg zijn verschillende uitkijkpunten, de ene nog mooier dan de andere.

Voor morgen hebben we een foto-excursie geboekt naar de Antelope Canyon. Hier hebben we al heel veel over gelezen en foto’s van gezien en dit moet echt heel erg spectaculair zijn. We zijn benieuwd.

Capitol Reef NP

juni 3rd, 2010 Permalink

Zondag, 30 mei 2010 – Na vanmorgen vertrokken te zijn uit Torrey waar we overnacht hebben, hebben we eerst het Capitol Reef National Park bezocht. Het park bestaat eigenlijk uit twee delen. In het noorden ligt Cathedral Valley, een woestijnlandschap met daarin hoog uitstekende zandstenen rotsen die door hun vorm aan kathedralen doen denken. In [...]

Zondag, 30 mei 2010 – Na vanmorgen vertrokken te zijn uit Torrey waar we overnacht hebben, hebben we eerst het Capitol Reef National Park bezocht. Het park bestaat eigenlijk uit twee delen. In het noorden ligt Cathedral Valley, een woestijnlandschap met daarin hoog uitstekende zandstenen rotsen die door hun vorm aan kathedralen doen denken. In het zuiden is het voornaamste geologische fenomeen, de Waterpocket Fold, te vinden. Dit is een rechte, 160 kilometer lange plooi in de aardkorst. De immense wanden van deze plooi bestaan uit rotslagen die zijn gevormd tijdens verschillende geologische tijdperken. Die wanden zijn door krachten in de aardkorst helemaal schuin gedrukt, waardoor de verschillende rotslagen zichtbaar zijn geworden. Midden tussen de kale rotsen vind je ook nog een prachtig begroeid gebied rondom de Fremont River. Mormoonse kolonisten hebben hier rond 1885 een nederzetting gesticht, Fruita genaamd. De nederzetting telde aanvankelijk 12 families. Dankzij de rivier waren zij in staat overvloedige voorraden abrikozen, appels, perziken en kersen te oogsten voor eigen consumptie of verkoop in naburige stadjes en aan passanten (waaronder ook Butch Cassidy en zijn Wild Bunch). Er werd ook vee gehouden. De mormonen gaven ook namen aan de vreemd gevormde rotsen, zoals Capitol Reef (genoemd naar het Capitool – het Amerikaanse parlementsgebouw), Chimney Rock, Golden Throne, Egyptian Temple en Casle. Zij waren ook degenen die de mensen aanmoedigden om dit gebied te komen bezoeken. Uiteindelijk heeft de regering besloten om er een Nationaal Park van te maken. Om dit te bewerkstelligen werden de laatste kolonisten uitgekocht. Het is een vrij groot park, alleen kun je bijna nergens zonder vierwielaandrijving komen. De weg die wij gevolgd hebben is een scenic drive die wel geschikt is voor “gewone” auto’s. Er zijn diverse stops. Zo kun je nog het oude schooltje van de mormonen bezoeken, gebouwd in 1910. Dit is behalve, een schuur, een handjevol huizen en de boomgaarden het enige wat rest van Fruita. Capitol Reef is een heel mooi en groen park en zeer de moeite waard om te bezoeken.

Na ons bezoek zijn we doorgereden naar Bryce Canyon. Vanwege het Memorial Day Weekend was het hier echt zo ontzettend druk dat we besloten hebben om later in de week terug te gaan en Bryce Canyon op ons gemak te bezoeken. Na een hapje gegeten te hebben zijn we dan ook doorgereden naar onze volgende slaapplaats, Page.

Rondje park

mei 30th, 2010 Permalink

Donderdag 27 mei en vrijdag 28 mei 2010 – Na de noodgedwongen omweg gisteren, kunnen we vandaag gaan toeren in het “Rocky Mountain NP”. Onze eerste stop is, zoals altijd, het bezoekerscentrum om te informeren of er nog meer wegen afgesloten zijn en of ze nog tips hebben waar we wellicht iets bijzonders kunnen zien. [...]

Donderdag 27 mei en vrijdag 28 mei 2010 – Na de noodgedwongen omweg gisteren, kunnen we vandaag gaan toeren in het “Rocky Mountain NP”. Onze eerste stop is, zoals altijd, het bezoekerscentrum om te informeren of er nog meer wegen afgesloten zijn en of ze nog tips hebben waar we wellicht iets bijzonders kunnen zien. Buiten de “Trail Ridge Road” bleken alle andere wegen gewoon open te zijn. Nu zijn er dat niet zo heel veel, maar we konden op veel plaatsen stoppen om even de benen te strekken en een klein wandelingetje te maken.

En ook dan zie je best wel leuke dingen. Zo zagen we een hele hoop “Wyoming groundsquirrels” (een soort marmot) rondrennen en spelen. Ook de eekhoorns waren alweer volop bezig met het verzamelen van voedsel. En, heel bijzonder vonden we, zagen we een paar kolibries rondvliegen. Maar wat zijn die vogeltjes snel zeg! Fotograferen lukte niet echt, voor de camera scherpgesteld was vlogen ze alweer een stuk verder.

Ook zagen we weer de nodige wapiti’s rondlopen, waaronder een moeder met jong. Dit is het eerste wapitijong dat we gezien hebben. Er zullen er vast nog wel meer zijn. In het park zijn gedeeltes afgezet om te voorkomen dat de wapiti’s daar komen, zodat de begroeiing zich kan herstellen en weer andere dieren aan kan trekken. In het park zouden wel beren moeten zitten, maar waarschijnlijk niet meer dan 20-25. Onvoldoende om de wapitipopulatie op peil te houden. Verder zijn er geen roofdieren in het park die de wapiti als prooi hebben.

Vrijdag bleek de “Rail Ridge Road” weer open te zijn. En omdat het ook nog het “Memorial Day” weekend is, was het behoorlijk druk op de weg. En het is inderdaad een schitterend stukje snelweg. Hoewel er nog heel veel sneeuw lag kunnen we ons wel voorstellen dat het in de zomer en herfst helemaal een mooi zicht is. De moeite van het wachten meer dan waard dus.

Rocky Mountain NP

mei 29th, 2010 Permalink

Woensdag 25 mei en donderdag 26 mei 2010 – Zoals we al aangaven hebben we op woensdag alleen maar kilometers gemaakt om de volgende dag op ons gemakje het “Rocky Mountain National Park” te gaan bekijken. Het Nationaal Park Rocky Mountain is gelegen in het noorden van de staat Colorado in de Verenigde Staten. Het [...]

Woensdag 25 mei en donderdag 26 mei 2010 – Zoals we al aangaven hebben we op woensdag alleen maar kilometers gemaakt om de volgende dag op ons gemakje het “Rocky Mountain National Park” te gaan bekijken.

Het Nationaal Park Rocky Mountain is gelegen in het noorden van de staat Colorado in de Verenigde Staten.

Het Nationaal Park Rocky Mountain bezit majestueuze berggezichten, gevarieerde klimaten en omgevingen – van bossen tot bergtoendra – en makkelijk te bereiken wandelroutes en kampplaatsen. In het park liggen de bronnen van de Colorado rivier. Het park ligt ten noordwesten van Boulder (Colorado) in de Colorado Rockies. Het park is omgeven door het Roosevelt National Forest in het noorden en het oosten, Routt National Forest in het noordwesten, en Arapaho National Forest in het zuidwesten. De hoogste berg is Longs Peak met een hoogte van 4345 m.

Het park telt vijf bezoekerscentra. Het hoofdkwartier, Beaver Meadows Visitor Center, is een National Historic Landmark, ontworpen door de Frank Lloyd Wrightdoor School of Architecture te Taliesin West

Het park wordt doorkruist door drie wegen, U.S. Highway 34 en 36, en de Colorado State Highway 7. State Higway 7 loopt over een afstand van minder dan een mijl door het park, maar geeft toegang tot het Lily Lake Visitor Center. Highway 36 komt het park binnen vanuit het oosten waar het na enkele kilometers aansluit bij Highway 34. Deze weg is tevens gekend als de Trail Ridge Road doorheen het park, gaat hij van de stad Ested Park, Colorado, in het oosten naar Grand Lake, Colorado, in het zuidwesten. De weg gaat boven de 3700 meter en is door sneeuwval in de winter gesloten.

Het park herbergt een ruime variatie aan wild. Haviken, arenden, zwarte beren, coyote’s, muildierherten, poema’s, dikhoornschapen en elanden worden er aangetroffen.

De “Trail Ridge road” wordt vaak beschreven als de mooiste snelweg van heel de Verenigde Staten. En dat wilden we wel eens zien. Deze weg loopt van west naar oost (en terug uiteraard) en we hadden voor de volgende dag een hotel geboekt aan de andere kant.

Helaas bleek bij het bezoekerscentrum dat de weg nog niet helemaal open was! Dat zou pas op vrijdag gebeuren, ALS het weer meezat. Bovenop de bergen (en de weg) lag nog een behoorlijk pak sneeuw. In de winter kan daar namelijk zo’n 7 meter vallen. Alle sneeuw was dan ook niet geruimd, temeer daar we vorige week nog een behoorlijke bui hebben gehad, zoals we al vertelden.

We konden hem ongeveer 10 kilometer volgen, meer niet, en dat hebben we dan ook gedaan. Dit park is weer heel anders dan de vorige twee parken die we bezocht hebben. Veel groener en daardoor ook veel meer, en ander, dierenleven. We hebben vandaag voornamelijk elanden gezien, maar morgen hebben we nog een volle dag om rond te rijden, te wandelen en te genieten.

Om nu aan de andere kant van het park te komen, moeten we er helemaal omheen rijden. Een omweggetje van zo’n 4 uur. Niets aan te doen. Hopelijk is de weg vrijdag wel open en kunnen we hem op het vervolg van de route zien.

“Cowboy” land

mei 26th, 2010 Permalink

Maandag 23 mei en dinsdag 24 mei 2010 – Na een paar dagen in Yellowstone en Grand Teton doorgebracht te hebben, zijn we nu in een compleet andere omgeving aangeland. Het “cowboyland” zoals we dat van tv kennen: Utah. Om precies te zijn, we zijn nu in de omgeving van het “Arches National Park” en [...]

Maandag 23 mei en dinsdag 24 mei 2010 – Na een paar dagen in Yellowstone en Grand Teton doorgebracht te hebben, zijn we nu in een compleet andere omgeving aangeland. Het “cowboyland” zoals we dat van tv kennen: Utah. Om precies te zijn, we zijn nu in de omgeving van het “Arches National Park” en het “Canyonlands National Park”.

Het Arches National Park is een tamelijk klein nationaal park bij Moab in het oosten van de Amerikaanse staat Utah.

Het Arches National Park bestaat uit Courthouse Towers, Windows Section, Delicate Arch, Fiery Furnace, Devils Garden en Klondike Bluffs. Er zijn meer dan 2000 gedocumenteerde arches: natuurlijke bogen zoals onder andere Landscape Arch, Double Arch, Double O Arch en Delicate Arch. De kleinste hebben een opening van amper één meter, terwijl de afstand tussen de steunpunten van de grootste boog (Landscape Arch) 100 meter is. Er zijn diverse wandelingen (trails) in het park. Ook is er een bezoekerscentrum.

In 1991 is er van de Landscape Arch een stuk afgebroken met de afmetingen van 20 m bij 3,66 m bij 1,33 m. Een getuige maakte hier toevallig net een filmpje van. Nu is het niet meer toegestaan om onder of op de bogen te lopen.

De bogen zijn gevormd door water, ijs, extreme temperaturen en de ondergrond van zout. Op een mooie dag is het moeilijk in te beelden dat zulke oerkrachten hier honderden miljoenen jaren op hebben ingewerkt. 300 Miljoen jaar geleden liep soms het hele gebied onder water. Als het water verdampte bleef veel zout achter, op sommige plaatsen zelfs lagen van vele honderden meters dik. Deze zoutlaag werd later bedekt met restanten van vloeden, winden en oceanen die kwamen en weer verdwenen. Soms was deze laag meer dan een kilometer dik. Zout is onstabiel als het onder druk staat. Het zoutbed kon de druk van de bovenliggende lagen niet aan, vervormde en zorgde ervoor dat de rotslaag erboven zich opdeelde. Er ontstonden verticale scheuren waarin ijs zich kon uitzetten. Zo kwam er nog meer druk op de rotsen en braken er stukjes af, die in de zomer door de wind weggeblazen werden. Elke winter opnieuw, tot op de dag van vandaag. Zo werden er bogen gevormd als de boog zelf stevig genoeg was.

Tussen de bogen is niet veel begroeiing, maar wel genoeg om enkele diersoorten in leven te houden, zoals het dikhoornschaap, de halsbandleguaan en ratelslangen. De temperatuurswisselingen zijn extreem: het sneeuwt in de winter en in de zomer kan het tot in de 40°C worden.

De Canyonlands in de omgeving bij Moab in Utah (USA) werden een National Park in 1964. Het park is 1349 vierkante kilometer groot.

Het park is een nog erg ongerept gebied van canyons en tafelbergen uitgesleten door de Coloradorivier en haar zijrivieren in het Coloradoplateau. Het biedt imposante uitzichten op de loop van de Coloradorivier. De rivieren verdelen het park in vier districten: the Island in the Sky, the Needles, the Maze en de rivieren zelf. Ondanks de beperkte vegetatie leven er wilde dieren in de Canyonlands zoals coyotes en het dikhoornschaap. Als gevolg van het grote verschil in de zomer- en wintertemperaturen is het geen interessant gebied voor exploitatie door de mens. Deze klimaatschommelingen hangen samen met de ligging: het park ligt namelijk 1200 tot 2400 meter boven het zeeniveau en er valt zeer weinig regen. De bijnaam voor het park is daarom ‘high desert’.

In het Arches park zijn in de loop der jaren ook heel wat filmopnamen gemaakt. Dit begon al in 1949. Er zijn films opgenomen met John Wayne in de hoofdrol (vanaf 1950), maar ook voor Indiana Jones, Thelma & Louise en Mission Impossible is er gefilmd.

Van beide parken vonden we allebei het “Canyonlands” de mooiste. Misschien dat het weer meespeelt in onze beoordeling, de dag dat we “Arches” bezochten was het bewolkt, koud en winderig, terwijl we “Canyonlands” in de zon hebben kunnen bezoeken. Overigens nog steeds winderig.

Morgen gaan we verder naar het oosten, naar het Rocky Mountains National Park. Weer een dagje kilometers maken, maar dat hoort er bij.

Een rondje door Teton NP

mei 25th, 2010 Permalink

Vrijdag, 21 mei en zaterdag 22 mei 2010 – Vandaag hebben de dag in Grand Teton National Park doorgebracht. We zijn via een zij-ingang naar binnen gegaan en na zo’n paar 100 meter zagen we al gelijk een white tail deer staan. Niet veel verder zagen we een aantal mensen aan de kant van de [...]

Vrijdag, 21 mei en zaterdag 22 mei 2010 – Vandaag hebben de dag in Grand Teton National Park doorgebracht. We zijn via een zij-ingang naar binnen gegaan en na zo’n paar 100 meter zagen we al gelijk een white tail deer staan. Niet veel verder zagen we een aantal mensen aan de kant van de weg staan met een camera druk foto’s te maken. Toen we uitgestapt waren bleek er in de boom een nest met 2 jonge “great horned owls” oftewel Amerikaanse oehoes te zitten. Met een grootte van 43-55 cm is de oehoe één van de grootste uilensoorten. ‘s Nachts gaat deze soort op jacht. De grootte van de prooi varieert van grote insecten tot zelfs konijnen.

Verder hebben we nog een coyote gezien en (weer) de nodige bizons. Tijdens een tussenstop bij het Jackson Lake zagen we nog een Amerikaanse zeearend overvliegen. In het meer zwommen ook een aantal bevers. Op de terugweg zagen we ook nog een eland. Kortom heel veel dierenleven en de omgeving was ook echt prachtig.

Zo rond een uur of 3 waren we weer terug in de inn en hebben we onze route verder uitgezet. In tegenstelling tot een hotel was de inn veel gezelliger. We hebben in de eetkamer gezeten en Beth (de assistent manager) had lekkere chocolatechip koekjes gebakken. Na het verder plannen van de route zijn we nog even het stadje in geweest en een fotogallerij bezocht van Thomas Mangelsen, een wildlife fotograaf.

Vanmorgen, zaterdag was het helemaal wit buiten. Het had weer gesneeuwd. Onze volgende bestemming is Provo. Niet dat daar iets te doen is, maar we hebben dit stadje uitgezocht om te overnachten. Het plan is namelijk om verder naar het zuiden te gaan en wel naar Utah om een aantal verschillende nationale parken te bezoeken. Amerika is nu eenmaal erg groot en dus is de afstand te groot om in een dag te rijden, vandaar de overnachting in Provo. De hele dag dus in de auto. Onderweg zijn we nog wel even langs het plaatsje “Cora” gereden. We zagen dit toevallig op de kaart staan en dus hebben we onze route een klein beetje verlegd om even langs “Cora” te gaan. Het is een heel klein plaatsje van zo’n 100 inwoners. Wel heel apart om een bord langs de kant van de weg te zien staan met je naam er op!

Grand Teton NP

mei 24th, 2010 Permalink

Donderdag 20 mei 2010 – Na de afgelopen nacht in West Yellowstone, een klein plaatsje net buiten het park, doorgebracht te hebben, zijn we vandaag verder gegaan naar het zuiden. De route ging via Yellowstone, het zuidelijke gedeelte, door het Grand Teton National Park naar het plaatsje Jackson. Daar blijven we 2 nachten, omdat we [...]

Donderdag 20 mei 2010 – Na de afgelopen nacht in West Yellowstone, een klein plaatsje net buiten het park, doorgebracht te hebben, zijn we vandaag verder gegaan naar het zuiden. De route ging via Yellowstone, het zuidelijke gedeelte, door het Grand Teton National Park naar het plaatsje Jackson. Daar blijven we 2 nachten, omdat we ook dit park wat langer en beter willen gaan bekijken.

De afstand is niet zo heel groot, dus we hadden de tijd om vaak te stoppen en lekker rustig aan te doen. Een van de mooiste stops was wel bij “Artist Point”. Vanaf deze plaats kun je in de zgn. “Grand Canyon” van Yellowstone kijken. Deze canyon is gevormd door een aantal verschillende factoren. Maar het belangrijkste was de werking van een aantal aardlagen op elkaar, waardoor als het ware een “vouw” in de grond is ontstaan. Dit, samen met geothermische activiteit en een rivier die er doorheen stroomt, hebben de wanden uitgesleten en de canyon gevormd tot wat het nu is. Op veel plaatsen in de canyonwand zie je nog steeds stoom ontsnappen en vloeit er water, met wederom verschillende mineralen, langs de wand waardoor er een kleurrijk geheel ontstaat.

Onderweg naar de uitgang van het park zagen we op een gegeven moment een visarend in een boom zitten en toevallig was dat op een plaats waar we makkelijk aan de kant konden gaan staan. Na even gewacht te hebben werd ons geduld beloond en dook hij (of zij) uit de boom het water in en kwam weer naar boven met een vis in z’n klauwen. En alsof hij die even aan ons wilde showen draaide hij (of zij) een rondje onze richting op voordat ie er met z’n buit vandoor ging. Een spectaculair gezicht.

Wanneer je Yellowstone in het zuiden uitrijdt, kom je meteen in het “Grand Teton National park”. Het park is genoemd naar de Grand Teton, die met 4197 meter de hoogste berg van het park is, en omvat een groot deel van de onderliggende vallei, de Jackson Hole. De bergketen heeft zijn naam gekregen van een Franse pelsjager, die ze tétons noemde, Frans voor tepel. Het park heeft een oppervlakte van 1255 km² en is sinds 26 februari 1929 een nationaal park. De bergketen van de Grand Teton is onderdeel van de Rocky Mountains en is eveneens noord-zuid-georiënteerd. Rondom het gebergte bevinden zich geen heuvels. De Grand Teton is namelijk gevormd door het omhoog wellen van de aardmantel. Hierbij werd gebied waar nu de bergketens liggen omhoog geduwd, terwijl de vallei ernaast, de Jackson Hole, 9100 meter naar beneden zakte en een slenk vormde. Door de erosie van de bergen en doordat de vallei grotendeels gevuld is met sediment, is het hoogteverschil tussen de bergen en de vallei 2350 meter.

De bergketen heeft haar huidige aanblik gekregen doordat gletsjers U-vormige valleien hebben achtergelaten. Hoger in het gebergte hebben de gletsjers keteldalen, afgegrensd door morenes, arêtes en pieken gevormd. Tussen de puinwaaiers in de vallei zijn meer dan 100 meren gevormd, waarvan Jackson Lake, afgedamd door de morene van een grote gletsjer, het grootste is met een oppervlakte van 103,4 km² en een diepte van 134 meter.

Door de vallei loopt de Snake River. Deze rivier ontspringt deels in de Teton Wilderness in Yellowstone National Park ten noorden van Grand Teton National Park. Ze wordt gevoed door drie zijrivieren, namelijk de Pacific Creek, de Buffalo Fork en de Gros Ventre. Na 1699 km mondt de Snakerivier als voornaamste zijrivier uit in de Columbia.

Het park is heel anders dan Yellowstone, maar zeker niet minder mooi. Er zijn twee routes die je met de auto door het park kunt rijden. Vandaag hebben we de ene weg genomen en morgen gaan we de andere route volgen. De komende twee nachten verblijven we in een “Inn”. Een klein soort hotel, met de uitstraling van een Bed & Breakfast.

Yellowstone – West

mei 23rd, 2010 Permalink

Woensdag 19 mei 2010 – Na gisteren de noordkant van Yellowstone bezocht te hebben, gaan we vandaag meer het centrum en het westen bekijken. Zoals ik al aangaf is er in dit gedeelte vooral veel te zien voor wat betreft geyser, modderpoelen en andersoortige geothermische verschijnselen. Veel van de verschijnselen die we tegengekomen zijn, zijn [...]

Woensdag 19 mei 2010 – Na gisteren de noordkant van Yellowstone bezocht te hebben, gaan we vandaag meer het centrum en het westen bekijken. Zoals ik al aangaf is er in dit gedeelte vooral veel te zien voor wat betreft geyser, modderpoelen en andersoortige geothermische verschijnselen.

Veel van de verschijnselen die we tegengekomen zijn, zijn gelijk aan hetgeen we in Rotorura, Nieuw Zeeland ook al gezien hebben. Yellowstone heeft er echter veel meer, en vinden wij dan, mooiere, hoe vreemd dat misschien ook mag klinken. In Yellowstone komen zo’n 10.000 bronnen voor en 200 tot 250 geysers barsten er per jaar uit. Overigens heeft Ijsland meer geothermische activiteit dan Yellowstone.

Waardoor gaat een geiser eigenlijk spuiten?

De activiteit van een geiser, net als van alle warme bronnen, is gebaseerd op oppervlaktewater dat langzaam in de grond sijpelt en dan opgewarmd wordt door hete rotsen die weer worden verwarmd door onderliggend magma. Het aldus opgewarmde water stijgt op door convectie door poreuze en gebroken rotsgrond. Geisers verschillen van gewone warme bronnen door hun ondergrondse structuur: meestal bestaan ze uit een kleine buis aan de oppervlakte verbonden met een of meer nauwe buizen die leiden naar grote ondergrondse opslagreservoirs.

Terwijl de geiser zich vult met water koelt het bovenop liggende water af. Door de nauwte van het kanaal is convectiestroming echter onmogelijk. Het koudere water bovenop drukt op het hetere water onderop, ongeveer zoals een deksel op een hogedrukketel. Hierdoor raakt het water superverhit – dat wil zeggen het blijft vloeibaar bij temperaturen ver boven het kookpunt van water.

Uiteindelijk wordt de temperatuur onderin de geiser zo hoog dat het water, ondanks de druk, toch begint te koken. Bellen stoom stijgen op en zorgen ervoor dat bovenaan kleine hoeveelheden water uit de pijp worden geduwd. Hierdoor vermindert het gewicht van de waterkolom en daarmee ook de druk die deze uitoefent op het water daaronder. Dit is het begin van een kettingreactie die er voor zorgt dat het grootste deel van het superverhitte water met steeds toenemende kracht uit de geiser spuit.

Uiteindelijk loopt de druk terug en koelt het water weer af tot onder het kookpunt. Langzaam begint het grondwater weer binnen te dringen en de cyclus begint opnieuw.

Door het ingewikkelde samenspel van factoren is een geiser een zeldzaamheid. Er zijn vele plaatsen op aarde met hete bronnen, kokende modder en fumarolen (plaatsen waar gassen aan de oppervlakte komen) maar slechts weinig met geisers. Dit komt doordat op de meeste plaatsen de bodemstructuur zodanig is dat de waterkanalen snel eroderen en de geiser weer verdwijnt.

De meeste geisers ontstaan op plaatsen waar vulkanisch gesteente snel oplost in heet water en er speciale mineralen afgezet worden aan de binnenkant van de waterkanalen. Na verloop van tijd ontstaan hierdoor stevige kanalen die lang kunnen blijven bestaan.

Geisers zijn dus fragiele fenomenen en als de omstandigheden veranderen gaan ze “dood”. Veel geisers zijn vernield doordat mensen er afval in gooiden of doordat men er geothermische krachtcentrales van maakte.

De (naamgevende) grote Geysir van IJsland kwam vanaf omstreeks het jaar 2000 niet meer regelmatig tot uitbarsting. Slechts door zeep in het water te mengen -waardoor de oppervlaktespanning van het water veranderde- kon een eruptie worden geforceerd. Na een aardbeving in IJsland in 2000 begon de geiser weer regelmatig te spuiten. Eerst ongeveer acht keer per dag maar tegenwoordig is dit teruggelopen tot drie keer per dag en de activiteit neemt nog steeds af.

Naast de geisers waren er ook een hoop heetwaterbronnen te zien, waaruit constant water naar boven komt en wegstroomt. Afhankelijk van de mineralen in het water hebben de wanden van deze bronnen verschillende kleuren door de afgezette kristallen van die mineralen. Dit varieerde van helder blauw tot okergeel.

Overigens zijn we nog even teruggeweest naar het meertje waar de wapiti gisteren in stond. Er stond nog maar 1 man, die ook even terugkwam om te kijken en hij wist ons te vertellen dat het dier het niet gehaald had. De wolven hebben haar uiteindelijk toch te pakken gekregen. Jammer, maar ja dat is de natuur.

Yellowstone – Noord

mei 22nd, 2010 Permalink

Dinsdag 18 mei 2010 – Vandaag zijn we naar het noordelijke gedeelte van Yellowstone gereden naar het gebied wat ook wel de Lamar Valley wordt genoemd. Hier zouden we de meeste kans moeten hebben om beren te zien, en eventueel een of meer van de wolven. De eerste bisons van vandaag hebben we overigens al [...]

Dinsdag 18 mei 2010 – Vandaag zijn we naar het noordelijke gedeelte van Yellowstone gereden naar het gebied wat ook wel de Lamar Valley wordt genoemd. Hier zouden we de meeste kans moeten hebben om beren te zien, en eventueel een of meer van de wolven.

De eerste bisons van vandaag hebben we overigens al snel gezien. Er stonden er namelijk een paar in de “tuin” van de lodge. Een paar stevige knapen. Ook hoorden we tijdens het ontbijt dat er ‘s morgens vroeg een grizzly beer op het terrein was. Hij was ergens in de buurt van de paarden gesignaleerd. Gisteren, bij aankomst, werden we er al op gewezen vooral “bearspray” mee te nemen als we gingen wandelen hier in de buurt. Er zitten blijkbaar twee vrouwtjes met jongen, en een mannetjesbeer in de buurt. En daar wil je geen ruzie mee krijgen. “Bearspray” is een soort pepperspray, maar dan veeeeel sterker. Als je het op mensen gebruikt kunnen ze er aan doodgaan, zo heftig is het spul. Beren remt het slechts een korte tijd af, maar genoeg om te maken dat je weg kunt komen.

Bij de ingang van het park kregen we ook een waarschuwingspamflet mee, waarop stond dat we niet te hard moesten rijden en vooral de bizons niet moeten benaderen. Hoewel ze er tam uitzien, zijn en blijven het wilde dieren die onvoorspelbaar kunnen reageren. Ook kunnen deze grote en log uitziende dieren een snelheid halen van zo’n 45 km/uur. Die loop je er niet zo maar uit zullen we maar zeggen. Ook onderweg staan geregeld waarschuwingsborden.

Een van de eerste dieren die we in het park zagen was een bizon en er zouden er nog veel volgen, maar ze blijven allemaal even imposant. Zoals overal kun je hier ook al snel zien of er iets bijzonders te zien is. De hele kant van de weg staat dan vol met auto’s en de berm staat vol met mensen met foto- of videocamera’s of een verrekijker. Het drukste was het bij een vijver waarin een wapiti stond. Deze was daar door een wolf in gejaagd en stond te wachten tot het weer veilig was. We hoorden vertellen dat hij daar al vanaf 06:30 uur stond. Het was ongeveer 11:30 uur toen wij daar waren. Het beest stond een beetje in een patstelling: aan de ene kant de wolf (er van uitgaande dat die er nog was, niemand had hem de laatste uren nog gezien), aan de andere kant alle mensen die stonden te kijken (en lawaai maakten). Toen we later op de terugweg er weer langs kwamen, stond de wapiti er nog steeds. En ook nog een hoop mensen. Hopelijk was de wolf weg en heeft het dier weg kunnen komen. Een stuk verderop zagen we weer een wapiti in het water staan. Ook deze was er door een wolf ingejaagd, maar die was ondertussen wel weg. We zagen dit dier vrij snel de kant weer op gaan en in het bos verdwijnen.

We hebben ook, van een grote afstand, 2 beren gezien. Jammer genoeg te ver weg voor een foto, maar een leuke ervaring. Ook zijn we een “moose” tegengekomen. Nog een jong dier, maar ook dit zijn gigantische beesten.

Morgen gaan we naar de andere kant van het park, daar zijn de meeste geothermische verschijnselen te zien.

Yellowstone National Park

mei 21st, 2010 Permalink

Maandag, 17 mei 2010 – Voor vanmorgen hebben we een excursie geboekt en gaan we op zoek naar de enige echte wilde mustangs! Er zijn volgens de gids pas vier veulentjes geboren en we hopen dan ook dat we die te zien krijgen. We zijn nog maar net een kwartiertje onderweg als we de eerste [...]

Maandag, 17 mei 2010 – Voor vanmorgen hebben we een excursie geboekt en gaan we op zoek naar de enige echte wilde mustangs! Er zijn volgens de gids pas vier veulentjes geboren en we hopen dan ook dat we die te zien krijgen. We zijn nog maar net een kwartiertje onderweg als we de eerste kudde al tegenkomen en ja hoor, er is een merrie met een veulentje bij. Dat de mustangs in het wild leven is wel te zien ook. Ze zitten onder het zand en de hengsten hebben ook de nodige littekens en wondjes van het vechten. Vooral nu in het voorjaar als de merries net veulens gekregen hebben, zijn de hengsten extra wild. Een merrie wordt namelijk zo’n 10 dagen na het veulenen weer hengstig en dan moeten de hengsten hun harem beschermen tegen indringers. Op een gegeven moment lijkt het of er twee gaan vechten, maar het imponeren van de ene hengst zegt al genoeg en vechten is niet nodig.

In de middag zijn we doorgereden naar Yellowstone National Park om “Old Faithfull” te gaan zien. Hoewel zijn naam anders doet vermoeden is deze geyser, net als veel andere onvoorspelbaar in zijn uitbarstingen. Gemiddeld zit er 90 minuten tussen de uitbarstingen. Maar als ie dan uitbarst is het ook spectaculair! Het water schiet tussen de 30 en 60 meter de hoogte in. Een indrukwekkend schouwspel. Behalve `Old Faitfull` zijn er nog zo´n 10.000 geothermische verschijselen, zoals moddervijvers en nog meer geysers. Het Yellowstone park is gigantisch groot, zo´n 890.300 hectare. In het park leven zo´n 8.000 wapiti´s, 1.500 bizons en honderden herten naast elanden, dikhoornschapen, sneeuwgeiten, gaffelbokken, zwarte beren, grizzlyberen, coyotes, trompetzwanen, Canadese ganzen. Canadese kraanvogels, witte pelikanen, zwartstipforellen en andere dieren, waaronder wolven. En al deze dieren leven in een enorm mooi gebied met besneeuwde bergtoppen, verscheidene meren in het hooggebergte, talrijke rivieren en beken, watervallen en een van de belangwekkendste vulkaankraters ter wereld… Niet dat dit alles de dieren veel uitmaakt, maar het is er allemaal wel. Het mag wel duidelijk zijn dat je Yellowstone niet zomaar even `doet`.

We verblijven dan ook 2 dagen in een lodge bij de oostingang en gaan daarna nog 1 dag – nacht – naar de westingang. Om het park gewoon door te rijden heb je al zo´n 2 uur nodig. Op veel wegen is er een snelheidsbeperking ter bescherming van de dieren. Per jaar vinden er zo´n 100 dieren de dood door het te hard rijden van de bezoekers. En dan worden de kleintjes, zoals eekhoorns, niet eens geteld. Hoewel het aantal stuks roadkill in tegenstelling tot bijvoorbeeld Australië, meevalt. We hebben slechts 1 dode eekhoorn gezien.

Morgen gaan we noordzijde van het park verkennen, op zoek naar beren. En wie weet, zien we ook de wolven wel..

Cody

mei 20th, 2010 Permalink

Zondag, 16 mei 2010 – Gisteren zijn we in Cody aangekomen. Onderweg hebben we nog een stop gemaakt bij Devils Tower. Devils Tower is een monoliet van 386 meter hoog. De top bevindt zich op 1558 meter boven zeeniveau. Devils Tower is bij veel mensen waarschijnlijk bekend van de film “Close Encounters of the Third [...]

Zondag, 16 mei 2010 – Gisteren zijn we in Cody aangekomen. Onderweg hebben we nog een stop gemaakt bij Devils Tower. Devils Tower is een monoliet van 386 meter hoog. De top bevindt zich op 1558 meter boven zeeniveau. Devils Tower is bij veel mensen waarschijnlijk bekend van de film “Close Encounters of the Third Kind”. De berg is voor de indianen heilig. Volgens een indianenlegende is de berg ontstaan toen een zevental kleine meisjes aan het spelen waren en aangevallen werden door een beer. Zij klommen op een berg en baden tot de berg om hun te redden. Daarop begon de berg te groeien totdat de kinderen zo hoog waren dat de beer ze niet meer kon bereiken. De groeven in de rots zouden gevormd zijn door de klauwen van de beer die probeerde de meisjes te pakken te krijgen. De berg werd zo hoog dat de meisjes volgens de legende nog steeds te zien zijn als het sterrenstelsel Pleiades. De indianen hadden dan ook de naam Grizzly Bear Lodge voor Devils Tower. De naam Devils Tower werd aan de monoliet gegeven door kolonel Richard I. Dodge.

De rit naar Cody was qua omgeving prachtig. We zijn een gedeelte van de Rocky Mountains gepasseerd en bovenin lag nog volop sneeuw. De uitzichten waren echt heel erg mooi.

In Cody hebben we vandaag het Buffalo Bill Museum bezocht. Er waren 5 verschillende hallen in het museum. Een tentoonstelling ging over het leven van de indianen en hoe dit veranderde door de komst van de blanken. De indianen gebruikten het land om van te leven. Zij leefden ook van de jacht op de bisons, waarvan ze alles gebruikten; het vlees om te eten en de huid om kleding van te maken. Toen de blanken kwamen gingen deze jacht maken op de bisons enkel en alleen voor de huid. Er stond een verhaal over de slachtpartij door blanken waarbij zo’n 40.000 bisons gedood werden enkel voor de huid; het vlees werd gewoon op de prairie achtergelaten. De indianen moesten ook in huizen wonen en hun nomadenbestaan opgeven. Het is gewoon onmenselijk wat blanken destijds de indianen aangedaan hebben vinden wij.
Een andere tentoonstelling ging over de geschiedenis van wapens. Er waren kastenvol met verschillende geweren, pistolen, revolvers etc. Dat er zoveel verschillende zijn gemaakt is niet te geloven. Er was nog een hal waar allemaal kunst (schilderijen, beelden etc.) hing over het wilde westen. In een andere hal die we bezocht hebben, was een uitleg gegeven over het dierenleven wat voorkomt op verschillende hoogtes in Yellowstone. Heel leerzaam en mooi opgezet. Wel werd er gebruik gemaakt van heel veel opgezette dieren (wat wij dan wat minder vinden), maar eerlijk is eerlijk hierdoor werd het wel een stuk duidelijker en interessanter.
Daarnaast was er ook nog een tijdelijke tentoonstelling over westernzadels. Echt hele meesterwerken waren er bij, het leer helemaal bewerkt. Zadels die gemaakt waren om nooit te gebruiken, want dat zou zonde zijn.
Natuurlijk was er ook een hal helemaal gewijd aan Buffalo Bill en het Wilde Westen. Buffalo Bill heette eigenlijk William Frederick Cody. Hij kreeg zijn bijnaam toen hij een baan aannam om de werkers aan de Kansas Pacific Spoorweg te voorzien van bizonvlees (de Engelse benaming voor de bizon is buffalo). Buffalo Bill was een ruige buitenman, maar hij had zeker een liberale inslag met zijn uitgesproken mening over de rechten van zowel Indianen als vrouwen, en hoewel hij bekend werd als doder van de buffels sprak hij zich uit voor conservering van dit Amerikaanse symbool. Hij was tegenstander van de huidenjacht en vóór instelling van een jachtseizoen.
Vanuit zijn ervaring als verkenner met respect voor de oorspronkelijke bevolking zei hij eens:
“Ieder gevecht met Indianen dat ik heb meegemaakt was het gevolg van het breken van beloftes en verdragen door de regering.”
Hij noemde hen “de vroegere vijand, huidige vriend, de Amerikaan.”
In 1896 stichtte Cody, samen met enkele geldschieters, de stad Cody in Wyoming.

Omdat we vrij veel tijd in het museum doorgebracht hadden en het al wat later in de middag was, zijn we daarna gewoon een stuk gaan rijden om van de omgeving te genieten alvorens een hapje te gaan eten.

Sneeuw!

mei 14th, 2010 Permalink

Woensdag 12, donderdag 13 mei 2010 en vrijdag 14 mei – Toen we woensdagochtend buiten keken, schrokken we toch wel even. Er lag nl. zo’n 10 centimeter sneeuw!! Volgens de eigenaar van het hotel komt het wel eens sporadisch voor dat er half mei nog sneeuw valt, maar zoveel dat had ook hij nog nooit [...]

Woensdag 12, donderdag 13 mei 2010 en vrijdag 14 mei – Toen we woensdagochtend buiten keken, schrokken we toch wel even. Er lag nl. zo’n 10 centimeter sneeuw!! Volgens de eigenaar van het hotel komt het wel eens sporadisch voor dat er half mei nog sneeuw valt, maar zoveel dat had ook hij nog nooit meegemaakt. Gelukkig was de snelweg goed te rijden; de sneeuwploeg was al druk aan het werk. Op weg naar Custer stonden twee stops gepland. Als eerste het bekende Mount Rushmore. Mount Rushmore National Memorial is een nationaal monument, gelegen in de Black Hills nabij Keystone, South Dakota. Het herdenkt de geboorte, groei en ontwikkeling van de Verenigde Staten van Amerika. Tussen 1927 en 31 oktober 1941 hebben zo’n 400 arbeiders onder leiding van Gutzon Borglum de 18 meter hoge busten van de presidenten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln uitgehakt. Het symboliseert de eerste 150 jaar van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Echter vanwege het slechte weer hing er heel veel mist rond de berg en de beelden waren dan ook niet echt goed te zien. Gelukkig was het entreebewijs heel het jaar geldig, zodat we vandaag nog even teruggegaan zijn. We hebben ook nog een film gezien van hoe de beelden tot stand zijn gekomen en dat was wel heel indrukwekkend. De beelden zelf zijn al 18 meter hoog, maar ze zijn ook nog eens helemaal boven in een berg uitgehakt en dat maakt het helemaal indrukwekkend.

Daarna zijn we doorgereden naar het Crazy Horse Memorial. Dit monument is men nog aan het bouwen. Als het klaar is zal het Crazy Horse – een 19e eeuwse Lakotaleider – uitbeelden, rijdend op een galopperend paard. Het beeld zal 195 meter lang worden en 172 meter hoog. Op 3 juni 1948 is Korczak Ziolkowski begonnen met het uithakken van het monument. Hij deed dit op verzoek van Lakota Chief Henry Standing Bear. De indianen wilden dit monument om te laten zien dat ook zij, net als de blanken, grote helden gekend hadden. Korczak Ziolkowski is in 1982 overleden en zijn werk wordt door zijn vrouw en kinderen voortgezet. De reden dat het bouwen van het monument zo lang duurt is vanwege het feit dat er geen subsidies aangenomen worden en alles gefinancierd wordt door giften/inkomsten die ontvangen worden van de mensen die het monument bezoeken. Bij het monument is ook een heel centrum gebouwd, met allerlei informatie over het bouwwerk en over de indianen. Als je aan komt rijden dan zie je al van verre het monument in de bergen en als het af is dan wordt het echt een heel indrukwekkend herkenningspunt.

Omdat het nog vroeg was toen we aankwamen in Custer hebben we nog een bezoek gebracht aan het Museum of Woodcarving. Dit was een museum opgezet ter nagedachtenis van Dr. Harley Niblack, een chiropractor die op 42-jarige leeftijd als houtsnijwerker is begonnen. Hij was erg geïnteresseerd in beweging en heeft veel mechanische houten poppen gemaakt. Hij heeft zelfs voor Disney gewerkt. Het museum toonde dan ook heel veel bewegende poppen, maar er waren ook “gewone” houtsnijwerkbeelden te zien. Er werd ook een videofilm getoond waarin werd uitgebeeld hoe zo’n houtsnijwerk tot stand komt en na dat gezien te hebben, besef je pas echt hoeveel tijd er in gaat zitten.

Vandaag was het weer gelukkig stukken beter. Echt warm is het nog niet; zo’n graad of 10, maar de zon scheen volop en dat maakt toch wel veel goed. We hebben een rit gemaakt door het Custer State Park. Dit park staat vooral bekend om zijn bisons en deze hebben we ook van dichtbij kunnen zien. Door het park is namelijk een route uitgezet met de toepasselijke naam: the Wildlife Loop. Onderweg hebben we heel veel dieren gezien waaronder dus de bisons. Dit zijn echt hele grote dieren; zo’n 2 meter hoog en ze wegen zo’n 1000 kilo. In het park komen ongeveer 1500 bisons voor. Om de kudde gezond te houden worden de bisons een keer per jaar opgedreven en worden ze gevaccineerd en onderzocht op eventuele ziektes. De kudde mag niet te groot worden vanwege overbegrazing en daarom worden er dan ook bisons geselecteerd en verkocht. Helaas is het ook normaal dat er jachtvergunningen uitgegeven worden voor de bisons. Op deze manier houdt men de kudde in evenwicht en ontvangt het park geld (zo’n $ 5.000,– per bison) wat weer gebruikt wordt voor onderhoud etc.

Ook hebben we veel herten, waaronder het witstaarthert en de gaffelbok, wilde ezels, prairehondjes en heel veel vogels gezien. Ook het landschap was prachtig om te zien. De sneeuw was zo goed als verdwenen. Morgen gaan we verder richting Yellowstone.

Woensdag 12 en donderdag 13 mei 2010 – Vanochtend toen we buiten keken, schrokken we toch wel even. Er lag nl. zo’n 10 centimeter sneeuw!! Volgens de eigenaar van het hotel komt het wel eens sporadisch voor dat er half mei nog sneeuw valt, maar zoveel dat had ook hij nog nooit meegemaakt. Gelukkig was de snelweg goed te rijden; de sneeuwploeg was al druk aan het werk. Op weg naar Custer stonden twee stops gepland. Als eerste het bekende Mount Rushmore. Mount Rushmore National Memorial is een nationaal monument, gelegen in de Black Hills nabij Keystone, South Dakota. Het herdenkt de geboorte, groei en ontwikkeling van de Verenigde Staten van Amerika. Tussen 1927 en 31 oktober 1941 hebben zo’n 400 arbeiders onder leiding van Gutzon Borglum de 18 meter hoge busten van de presidenten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln uitgehakt. Het symboliseert de eerste 150 jaar van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Echter vanwege het slechte weer hing er heel veel mist rond de berg en de beelden waren dan ook niet echt goed te zien. Gelukkig was het entreebewijs heel het jaar geldig, zodat we de dag erop (toen het lekker zonnig was) nog even teruggegaan zijn. We hebben ook nog een film gezien van hoe de beelden tot stand zijn gekomen en dat was wel heel indrukwekkend. De beelden zelf zijn al 18 meter hoog, maar ze zijn ook nog eens helemaal boven in een berg uitgehakt en dat maakt het helemaal indrukwekkend.

Daarna zijn we doorgereden naar het Crazy Horse Memorial. Dit monument is men nog aan het bouwen. Als het klaar is zal het Crazy Horse – een 19e eeuwse Lakotaleider – uitbeelden, rijdend op een galopperend paard. Het beeld zal 195 meter lang worden en 172 meter hoog. Op 3 juni 1948 is Korczak Ziolkowski begonnen met het uithakken van het monument. Hij deed dit op verzoek van Lakota Chief Henry Standing Bear. De indianen wilden dit monument om te laten zien dat ook zij, net als de blanken, grote helden gekend hadden. Korczak Ziolkowski is in 1982 overleden en zijn werk wordt door zijn vrouw en kinderen voortgezet. De reden dat het bouwen van het monument zo lang duurt is vanwege het feit dat er geen subsidies aangenomen worden en alles gefinancierd wordt door giften/inkomsten die ontvangen worden van de mensen die het monument bezoeken. Bij het monument is ook een heel centrum gebouwd, met allerlei informatie over het bouwwerk en over de indianen. Als je aan komt rijden dan zie je al van verre het monument in de bergen en als het af is dan wordt het echt een heel indrukwekkend herkenningspunt.

Omdat het nog vroeg was toen we aankwamen in Custer hebben we nog een bezoek gebracht aan het Museum of Woodcarving. Dit was een museum opgezet ter nagedachtenis van Dr. Harley Niblack, een chiropractor die op 42-jarige leeftijd als houtsnijwerker is begonnen. Hij was erg geïnteresseerd in beweging en heeft veel mechanische houten poppen gemaakt. Hij heeft zelfs voor Disney gewerkt. Het museum toonde dan ook heel veel bewegende poppen, maar er waren ook “gewone” houtsnijwerkbeelden te zien. Er werd ook een videofilm getoond waarin werd uitgebeeld hoe zo’n houtsnijwerk tot stand komt en na dat gezien te hebben, besef je pas echt hoeveel tijd er in gaat zitten.

Op donderdag was het weer gelukkig stukken beter. Echt warm is het nog niet; zo’n graad of 10, maar de zon scheen volop en dat maakt toch wel veel goed. Vandaag hebben we een rit gemaakt door het Custer State Park. Dit park staat vooral bekend om zijn bisons en deze hebben we ook van dichtbij kunnen zien. Door het park is namelijk een route uitgezet met de toepasselijke naam: the Wildlife Loop. Onderweg hebben we heel veel dieren gezien waaronder dus de bisons. Dit zijn echt hele grote dieren; zo’n 2 meter hoog en ze wegen zo’n 1000 kilo. In het park komen ongeveer 1500 bisons voor. Om de kudde gezond te houden worden de bisons een keer per jaar opgedreven en worden ze gevaccineerd en onderzocht op eventuele ziektes. De kudde mag niet te groot worden vanwege overbegrazing en daarom worden er dan ook bisons geselecteerd en verkocht. Helaas is het ook normaal dat er jachtvergunningen uitgegeven worden voor de bisons. Op deze manier houdt men de kudde in evenwicht en ontvangt het park geld (zo’n $ 5.000,– per bison) wat weer gebruikt wordt voor onderhoud etc.

Ook hebben we veel herten, waaronder het witstaarthert en de gaffelbok, wilde ezels, prairehondjes en heel veel vogels gezien. Ook het landschap was prachtig om te zien. De sneeuw was zo goed als verdwenen. Morgen gaan we verder richting Yellowstone.

Badlands

mei 13th, 2010 Permalink

Dinsdag 12 mei 2010 – Na gisteren afscheid genomen te hebben van Dave & Jolene, zijn we doorgereden op onze tocht naar het (wilde) westen. Tijdens ons verblijf hadden we de nodige tips gekregen, onder andere van Greg, een van de vrienden die op zondag langskwam. Hij gaat geregeld kamperen in de Black Hills en [...]

Dinsdag 12 mei 2010 – Na gisteren afscheid genomen te hebben van Dave & Jolene, zijn we doorgereden op onze tocht naar het (wilde) westen. Tijdens ons verblijf hadden we de nodige tips gekregen, onder andere van Greg, een van de vrienden die op zondag langskwam. Hij gaat geregeld kamperen in de Black Hills en omgeving. Hij gaf al aan dat de eerste paar hondere kilometer, behalve landschap, niet erg veel te bieden hebben. Er waren wel een paar stops die we “moesten” doen, omdat we er toch waren, maar het waren zoals ze dat noemden “cheesy places”. De eerste plaats die we tegenkwamen was het “Corn Palace” in Mitchel. Dit is een evenementenhal die elk jaar, aan de buitenkant, voorzien wordt van tekeningen gemaakt van maisplanten en kegels. Knap gemaakt, maar smaken verschillen zullen we maar zeggen.

Daarna zijn we gestopt bij het Pioneer Automuseum,een bonte verzameling van auto’s, tractoren, oude gebouwen en allerlei prullaria. Er stonden zo’n 250 auto’s in zeer goede staat daterend van 1930 tot 1980. Bijzonder om te zien waren een auto helemaal gemaakt van hout en een camper uit 1921! Ook Ford Mustang mocht niet ontbreken in de vorm van onder andere een Shelby uitvoering uit 1977, een zeldzame auto.

Na het bezoek hier kwamen we in de “Badlands”, waar we van de snelweg gegaan zijn om, op advies van Greg, de Badlands loop te volgen. En dat was de moeite meer dan waard. Een schitterend gebied wat ons een beetje deed denken aan Bryce Canyon. Ook hier zagen we namelijk de uitgesleten zandsteenrotsen met de verschillende kleurlagen. Hoewel het weer niet echt meewerkte, het regende het grootste gedeelte van de dag en er stond een koude wind, zijn we toch vaak gestopt om te kijken, te genieten van het uitzicht en foto’s te maken. We kwamen ook langs een groot gebied waar prairiehonden aan het spelen en graven waren. Grappige beestjes om te zien. Ook zagen we een aantal gaffelbokken lopen en kwamen we kudde dikhoornschapen tegen. Eindelijk weer eens wat natuur!

De laatste stop was in het plaatsje Wall voor een stop bij de “Wall Drugstore”. Oorspronkelijk een apotheek, is het uitgegroeid tot een van de grootste toeristenattracties in de omgeving.

SEO Powered by Platinum SEO from Techblissonline

phone number look up
127.0.0.1