Donderdag 3 december 2009. Vanmorgen al vroeg vertrokken vanuit Mt. Surpise. We waren dan ook van plan om de nodige kilometers te maken. De rit naar Darwin is erg lang en saai en daar doen we al met al wel zo’n 4 dagen à 600 kilometer per dag over. Er zijn wel kortere wegen naar Darwin, maar die zijn alleen geschikt voor een 4 wiel aangedreven auto en tsja daar valt de camper niet onder. We zijn dus aangewezen op de enige geasfalteerde weg. De omgeving is niet echt spectaculair te noemen en zelfs heel erg eentonig. Dus gelukkig maar dat we allebei rijden en elkaar af kunnen wisselen, want anders wordt 600 kilometer veel te veel om op een dag te doen. Onderweg zagen we een droog landschap, een beetje vergelijkbaar met Kenia. Het zal hier vast wel eens erg nat zijn want langs de weg stonden borden met “floodway” en er stonden paaltjes met daarop de hoogte tot waar het water staat in geval van overstroming, zodat je kunt zien hoe diep het water is. Die paaltjes gingen tot 1 meter dus dat zal niet voor niets zijn. Maar nu was het een hele droge bedoeling. Zelfs rivierbeddingen stonden helemaal droog. Dieren zijn er dan ook nauwelijks te zien. Er lagen wel heel veel dode kangoeroes langs de weg en daardoor zaten er wel heel veel roofvogels. We hebben maar een enkele levende kangoeroe gezien. Verder stonden er veel koeien langs de weg die veel leken op de koeien in Afrika, heel erg mager. In Afrika slachten ze af en toe een koe om te eten, maar ik kan me niet voorstellen wat ze hier met deze koeien doen. Vlees zit er niet aan en melk geven ze volgens mij ook niet. Afijn ik kan me al helemaal niet voorstellen waarom iemand hier zou willen wonen, het is echt kurkdroog, een hele schrale onvruchtbare grond en er zitten heel veel (erg vervelende) vliegen. Veel mensen wonen hier dan ook niet; we zagen een bord onderweg waar op stond “welkom in Carpentaria” en daarbij dat het gebied 68.000 km² groot was met welgeteld 2500 inwoners. De meeste mensen wonen ook nog een flink eind van de “snelweg” af. Er staan bordjes bij de snelweg met daarop het aantal kilometers naar een bepaald huis/familie en die afstanden kunnen behoorlijk oplopen.
Ook zijn er ontzettend veel termieten hier. Velden vol met termietenheuvels, overal waar je kijkt zie je ze. Er moet dus wel iets in de grond zitten waar termieten het goed op doen.

Op deze weg rijden de zogenaamde “roadtrains”. Dit zijn echt enorm lange vrachtwagencombinaties van wel zo’n 50 meter lang! De grootste die we gezien hebben vandaag was er een met maar liefst vier tankauto’s achter elkaar.
Voor de lunch zijn we gestopt in Normanton, maar na het dorpje gezien te hebben, besloten we toch maar om verder te rijden. Een echt dorp was het niet te noemen, al met al 2 straten. Aan de hoofdweg zate
n een aantal cafeetjes, maar hier zaten allemaal Aboriginals die behoorlijk diep in het glaasje gekeken hadden. De plaatselijke slijterij had ook net een nieuwe voorraad bier gekregen waarschijnlijk, want we zagen zeker een man of 6 lopen met een krat bier. Een oudere vrouw zat op een bankje, krat bier ernaast en pilsje in de hand. We hadden al verhalen gehoord over Aboriginals die werkloos zijn en een drankprobleem hebben. In sommige plaatsen is het dan ook verboden om drank aan Aboriginals te verkopen. We hebben Normanton dan ook maar snel achter ons gelaten en zijn doorgereden naar Burk & Wills Roadhouse, ongeveer halverwege Normanton en (onze eerste bestemming voor morgen) Cloncurry. Na zo’n 8½ uur gereden te hebben vonden we het welletjes. Het caravanpark stelt (helaas) niet zo heel veel voor. We staan achter een benzinepomp met weinig luxe. Toen ik het toilet doortrok zag ik iets bewegen in de wc-pot. Dit bleek een kikkertje te zijn die zich onder rand verstopt had. Dat is voor die beestjes waarschijnlijk het enige water wat hier in de buurt te vinden is, maar echt op je gemak zit je dan toch niet meer……. en de volgende keer gebruik ik het toilet in de camper wel gewoon.
Zondag, 15 november 2009. Vandaag hebben we, vanwege de problemen met de batterij van de camper, weinig gedaan. Omdat repareren op zondag een probleem is, heeft Apollo ons geadviseerd door te rijden naar onze volgende bestemming en deze dan even door te geven aan ze zodat ze een bedrijf in de buurt kunnen zoeken die de accu kan controleren en/of vervangen.
Vrijdag 13 november 2009. Vanmorgen begon de dag met wat regen. We waren weer vroeg op; de vogels zijn hier bij het ochtendgloren – zo rond 6 uur – al redelijk tot heel erg verbaal actief om het zo maar te zeggen. Maar dat vroege opstaan daar hebben we geen problemen mee en het geluid van de vogels is heel apart. Er zit hier een vogel die een soort van computergeluidjes maakt, net als R2D2 van Starwars. welke vogel het precies is, daar zijn we nog niet achter want er zitten zoveel verschillende. Na het ontbijt zijn we vertrokken richting Maclean. Gelukkig klaarde het onderweg weer op en kwam de zon weer tevoorschijn. Onze stop voor een bakje koffie was in Ulmarra. Dit is een heel klein dorpje waar de tijd stil lijkt te hebben gestaan. Er staat een hotel uit 1890 nog in “volle” glorie. Te koop overigens. Daarna zijn we doorgereden naar Maclean. Dé Schotse plaats in Australië. Heel leuk zijn de lantaarnpalen die beschilderd zijn met Schotse ruit in de kleuren van de verschillende clans met bijbehorende namen. Een vrolijk gezicht. Verder heeft ook dit dorpje een aantal gebouwen die nog uit de 19e eeuw stammen, zoals bijvoorbeeld de rechtbank, die in 1891 is gebouwd. Na hier een tijdje rondgewandeld te hebben, hebben we in het plaatselijke parkje geluncht en zijn we doorgereden naar Iluka waar we een wandeling hebben gemaakt in het Iluka Nature Reserve; een regenwoud aan de kust. Hier zijn we eerst naar het uitzichtpunt gegaan, waar je een mooi uitzicht over de zee en het regenwoud had. We zagen hier dolfijnen zwemmen en hebben ook een visarend gezien. Er was een wandeling van 5 kilometer uitgezet in het regenwoud, die we gelopen hebben. We hebben tijdens deze wandeling nog een aantal mooie vogels (o.a. Eastern Yellow Robin en Rufous Fantail) en zelfs twee leguanen gezien. Daarna zijn we weer verder gereden en hebben een camping opgezocht in Suffolk om te overnachten. Onze bestemming voor morgen is Brisbane.
Vandaag zijn we van Forster naar Moonee Beach gereden. Dit was alles bij elkaar zo’n 300 kilometer. We hebben er voor gekozen om stukken snelweg af te wisselen met stukken toeristische route. Vanmorgen eerst getankt en de camper in orde gemaakt. De watertank moet regelmatig bijgevuld worden, vuil water geloosd en ook het chemisch toilet moet geleegd worden. Nadat alles gecontroleerd was, konden we vertrekken. Na een stuk gereden te hebben, zijn we bij Cresent Head van de snelweg afgegaan en naar een hoger gelegen uitkijkpost gereden. Hiervandaan hadden we prachtig uitzicht over het water en het binnenland. Het water is hier wel heel erg blauw met mooie zandstranden. Daarna zijn we doorgereden naar Nambucca Heads. Hier hebben we een wandeling langs de baai gemaakt waar de rotsen allemaal beschilderd zijn. De mensen die hier wonen zijn ermee begonnen om teksten op de rotsen te zetten en de toeristen hebben het daarna overgenomen. Ook hier hebben we weer een uitzichtpunt bezocht, Captain Cook Viewpoint met mooi uitzicht over zee. Daarna zijn we doorgereden naar de camping, Moonee Beach Holiday Park waar we zo rond een uur of half 4 aankwamen. De camping ligt aan zee en we hebben hier nog een wandeling gemaakt langs het strand. Op de camping staat nog een Australisch stel met een grote oude stadsbus welke hij helemaal omgebouwd heeft tot een camper. Alles in de rock-and-roll stijl, echt heel leuk om te zien. Zij staan hier al een tijdje en vertelden over de vogels die hier altijd komen. Nadat ik terug kwam van het douchen stond hij met een stuk brood in zijn hand en een stuk of 5 agapornisjes op zijn arm.
Ik kreeg ook een stuk brood in mijn hand geduwd en het duurde niet lang of ik had ook twee vogeltjes op mijn hand. Dat leeft hier dan gewoon in het wild! Echt heel erg leuk om te zien. Iedere avond komen er als het donker wordt ook nog twee opossums op de camping, die je -als je ze voorzichtig benadert– ook kunt aaien. Dat willen we natuurlijk ook wel zien.
En toen was het zover en konden we vertrekken. Zo gezegd, zo gedaan dachten we. Ze hadden bij het verhuurbedrijf wat voorgedrukte routebeschrijvingen waarvan we er een meenamen om vanuit Sydney naar de Blue Mountains te rijden. Helaas hebben we ergens een afslag gemist en zijn we in plaats van naar het westen, naar het zuiden gereden. We besloten dan ook maar om een campground op te zoeken om de nacht door te brengen en wat tot rust te komen. Zo’n eerste dag links rijden is toch redelijk vermoeiend, ook de versnellingspook zit links dus schakelen moet ik ook weer helemaal opnieuw leren. De pedalen zitten wel hetzelfde, anders had ik vast wel een paar ongelukken gehad of veroorzaakt vandaag.
Vrijdag 30 oktober hebben we de laatste spullen verhuisd vanuit de Opaaldijk naar onze opslagruimte. Omdat het alleen nog maar om de grote meubelstukken ging, hadden we niet al te veel hulp ingeroepen. Zeker met de ervaring die we ondertussen opgedaan hebben in het verhuizen verwachtten we niet al te veel problemen. En die hebben we dan ook niet gehad. De dag tevoren konden we het verhuisbusje al ophalen zodat we ‘s morgens vroeg al konden beginnen met het laden er van. De eerste rit stond dan ook al klaar toen onze hulptroepen arriveerden. Na wat gepuzzel om alles zo efficiënt mogelijk in de opslagruimte weg te zetten, was het busje zo leeg en konden we de tweede rit doen. Ook dit was zo gebeurd en om ongeveer 14:00 uur was alles over, tenminste wat de grote spullen betrof. In de keuken stond nog een en ander en ook alle kleding was nog niet ingepakt. En niet geheel onbelangrijk: de matrassen om op te kunnen slapen lagen nog op de Opaaldijk.
Daarnaast zijn we ook bezig met het uitzetten van de routes die we op de verschillende continenten willen gaan volgen. Op de verschillende pagina’s kun je de 
